Cytostatica
Cytostatica zijn middelen die gebruikt worden bij de behandeling van longkanker. In dit hoofdstuk wordt het werkingsmechanisme van cytostatica en meer specifieke gerichte behandelingen besproken, de verschillende toedieningwijzen en de meest frequente bijwerkingen.
Cytostatica verstoren de processen die voor de deling en het voortbestaan van de cel wezenlijk zijn. Dit kan gebeuren door directe beschadiging van het genetisch materiaal van de cel (DNA), door enzymen (stofjes, die allerlei processen in de cel helpen snel en voorspoedig te kunnen verlopen) hun werking onmogelijk te maken of competitie hiermee aan te gaan, waardoor de normale stofwisseling van de cel wordt bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt. Dit leidt uiteindelijk tot dood van de cel. De laatste stappen die tot de celdood leiden zijn niet altijd geheel duidelijk.
Werkingswijze van cytostatica
Naar de overeenkomst in de structuur van het middel en de werkingswijze worden de cytostatica in 7 groepen ingedeeld.
Groep 1: alkylerende middelen
Bepaalde onderdelen van het cytostaticum molecuul gaan een band aan met specifieke onderdelen van het genetisch materiaal (DNA) van de cel. Wil de cel dit beïnvloede DNA (ook te zien als vervuild of minderwaardig DNA) op een of andere manier gebruiken tijdens de voortplanting van de cel dan leidt dit tot de dood van de nieuwe cel. Deze middelen hebben een remmende werking op het beenmerg met tot gevolg stoornis van met name de bloedaanmaak.
De volgende cytostatica die tot deze groep behoren, spelen een rol spelen bij de behandeling van longkanker: cyclofosfamide en ifosfamide
Groep 2: cisplatine en andere platinumbevattende middelen
Deze middelen oefenen ook invloed uit op het genetisch materiaal (DNA) van de cel en dit geeft aanleiding tot celdood.
Het zware metaal (platinum) wordt uitgescheiden door de nier. Bij onvoldoende vochtuitscheiding slaat het platinum neer in de nierlichaampjes en dit geeft aanleiding tot nierfunctiestoornis. Extra vocht toediening is daarom noodzakelijk. Dit geldt met name voor het oudste middel: cisplatine. Er zijn nieuwere varianten (carboplatine), waarbij deze uitgebreide vochttoediening niet meer zo wezenlijk is. Wel blijken deze middelen, met name carboplatine, een groter remmend effect te hebben op de vorming van bloedplaatjes. Deze middelen kunnen ook schadelijk effecten hebben op het zenuwstelsel.
Middelen in deze categorie zijn: cisplatine en carboplatine.
3: Antimetabolieten
Deze middelen remmen de enzymen die verantwoordelijk zijn voor de vorming van de bouwstenen, waaruit het genetisch materiaal van de cel (DNA) wordt opgebouwd. Tevens gedraagt het middel na bewerking in de cel zich als een soort bouwsteen van het DNA zelf, waardoor de normale bouwstenen niet goed ingebouwd worden in het DNA. Hierdoor kan het normale DNA niet ontstaan en gaat de cel dood.
Middelen die bij de behandeling van longkanker een rol spelen zijn: gemcitabine en pemetrexed.
4: Topoisomeraseremmers
Wil het DNA zijn werk goed kunnen doen dan moet het niet alleen samengesteld zijn volgens de norm: dwz de normale opeenvolging van bouwstenen bevatten in de normale volgorde, maar het DNA moet ook een bepaald ruimtelijke structuur hebben. Een belangrijke rol in de vorming van deze driedimensionale structuur speelt het enzym topoisomerase. Wordt de vorming van de ruimtelijke structuur van het DNA onmogelijk gemaakt dan leidt dit tot de dood van de cel.
Voorbeelden zijn: irinotecan, etoposide en teniposdie.
5: Antimitotische cytostatica
Zoals de benaming reeds aangeeft, verstoren deze middelen de celdeling (mitose) door de vorming van de delingsfiguur van de cel te verstoren. Tijdens de celdeling doorloopt het genetisch materiaal een aantal stappen waarlangs er een verdubbeling van dit genetisch materiaal wordt gerealiseerd. Dit is nodig om van één cel tot twee cellen te kunnen komen. Deze cytostatica maken deze verdubbeling onmogelijk.
Bij longkanker gebruikte middelen zijn: vinblastine, vinorelbine, docetaxel en paclitaxel.
6: Antitumor antibiotica
Deze middelen worden gemaakt door micro-organismen. Deze middelen gaan een verbinding aan met het DNA in de cel, waardoor de vorming, noodzakelijk voor de nieuwe cellen, geremd wordt. Mogelijk hebben zij ook effect op een enzym (topoisomerase-II) waardoor er breuken optreden in het DNA en ook zo de vorming van nieuwe cellen wordt verstoord. Dit leidt uiteindelijk tot celdood.
Middelen in deze groep zijn: daunorubicine, doxorubicine, epirubicine en mitoxantron.
Bijwerkingen van cytostatica
De bijwerkingen van cytostatica ontstaan omdat ze niet alleen invloed hebben op de stofwisseling van de kwaadaardige cellen maar ook van de normale gezonde cellen, met name van die cellen die zich snel delen, zoals huid, slijmvliezen, beenmerg (waar de bloedaanmaak plaats heeft) en de geslachtsorganen met name de eierstokken en de teelbal.
De effecten op de huid uiten zich door veranderingen van de huid, remmen van de groei van de nagels en verstoring van de haargroei, waardoor haarverlies optreedt. Dit laatste heeft betrekking op de gehele lichaamsbeharing: hoofdhaar, wenkbrauw, wimpers, baardgroei, okselbeharing, etc. De uitwerking op de slijmvliezen veroorzaakt pijnlijk mondslijmvlies, slikproblemen en ook kans op diarree, omdat ook het slijmvlies van de darmen wordt aangetast. Door de beschadiging van het slijmvlies is het risico van infecties vergroot.
De werking op het beenmerg geeft aanleiding tot remming van de bloedaanmaak, waardoor bloedarmoede, verlaagde witte bloedlichaampjes, waardoor grotere kans op infecties, en verminderd aantal bloedplaatsjes, waardoor een grotere kans op spontane bloedingen. Dit laatste kan alleen blauwe plekken in de huid zijn maar ook spontane bloedingen elders in het lichaam zoals longen, hersenen, maagdarmkanaal afhankelijk van het aantal bloedplaatjes.
De remmende werking op de geslachtsorganen geeft bij vrouwen een verminderde tot opgeheven vorming en vrijkomen van rijpe eicellen en bij de man een verminderde tot opgeheven vorming van zaadcellen. Hierdoor treedt tijdelijke verminderde tot volledige onvruchtbaarheid op. Bepaalde cytostatica kunnen ook specifieke nadelige effecten hebben op bepaalde organen zoals het hart, het zenuwstelsel, de nieren en de longblaasjes. Cytostatica kunnen in mindere of ernstigere mate algemene klachten van misselijkheid en braken geven naast een verminderde eetlust en algemeen ziektegevoel (algemene malaise).
Meer specifieke gerichte behandelingen
Er is de laatste jaren een aantal nieuwe middelen ontwikkeld die ook gebruikt worden bij de behandeling van longkanker. Een kwaadaardige cel heeft een aantal vervelende eigenschappen o.a. een ongebreidelde vermeerdering van het aantal cellen. De kwaadaardige cellen kennen geen natuurlijke dood meer. Ook worden er in de buurt van kwaadaardige cellen nieuwe bloedvaatjes gevormd, die bedoeld zijn om te zorgen voor voldoende voeding. In de cellen komen stoffen (enzymen) voor, die deze gedragingen van de kwaadaardige cel mogelijk maken. Vaak zijn deze enzymen overactief in tumorcellen en moeten dus afgeremd worden. De nieuwe middelen richten zich vaak op remming van deze enzymen waardoor een aantal van de processen, die kenmerkend zijn voor kwaadaardige cellen, worden geremd of onmogelijk gemaakt. Ook zijn er nieuwe middelen die zich richten op de remming van de bloedvatvorming bij kwaadaardige cellen.
Middelen in deze groep zijn: gefinitib, bevacizumab en erlotinib.
Meest gebruikte cytostatica bij longkanker
Bevacizumab
Bevacizumab (handelsnamen: Avastin) is een nieuw middel dat de bloedvatvorming bij de tumorcel remt en wordt gebruikt bij de behandeling van niet-kleincellig longcarcinoom. Het wordt gegeven, eenmaal in de drie weken, in combinatie met chemotherapie. De vorming van nieuwe bloedvaten is essentieel voor de groei van tumoren. Bevacizumab remt de vorming van nieuwe bloedvaten van en naar tumoren waardoor de tumorgroei minder wordt. Bestaande bloedvaatjes in de tumor worden afgebroken. Daarnaast zorgt bevacizumab ervoor dat de chemotherapie, dat aan bevacizumab wordt toegevoegd, beter in de tumor terechtkomt. Het middel wordt intraveneus toegediend. De meest voorkomende bijwerkingen zijn hypertensie, diarree, misselijkheid en braken en eiwit in de urine. De meest ernstige bijwerkingen zijn gastro-intestinale perforaties en bloedingen. Het middel mag niet gegeven worden aan zwangere vrouwen.
Cisplatine
Cisplatine (handelsnamen: Cisplatin en Platosin) is een platinumbevattend cytostaticum en kan alleen intraveneus worden toegediend. Belangrijk bij gebruik van dit middel is te zorgen voor een grote urineproductie om zo het platinum uit het lichaam te verwijderen. Dit gebeurt namelijk via de nieren. Daarom wordt dit middel alleen toegediend tijdens zeer ruime vochttoediening en nauwgezette controle van de urineproductie. Concreet betekent dit dat het middel alleen tijdens een klinische opname kan worden gegeven.
De bijwerkingen van dit middel kunnen nogal fors zijn. De belangrijkste bijwerkingen zijn misselijkheid en braken. Soms kunnen deze klachten lang aanhouden. Echter met de nieuwere antibraakmiddelen, zijn deze klachten redelijk in de hand te houden. Schade aan de nieren treedt op in ongeveer 30%, waarbij de ernst van die schade afhankelijk is van de totale hoeveelheid cisplatine die gegeven wordt tijdens de behandeling. Voldoende vochttoediening blijft van het grootste belang. Gehoorsverlies door nadelig effect op de gehoorszenuw evenals op andere onderdelen van het zenuwstelsel zijn mogelijk. Haarverlies komt voor maar hoeft niet altijd op te treden.
Er zijn nieuwere middelen die van cisplatine zijn afgeleid: carboplatine (handelsnamen: Carboplatine Injecties, Carbosin en Paraplatin). Er is nog steeds enige discussie of carboplatine even effectief is als cisplatine. Het grote voordeel van dit nieuwere middel is, dat de uitgebreide vochttoediening niet meer nodig is. De overige bijwerkingen zijn vergelijkbaar met die van cisplatine. Wel is er een iets grotere kans op een forse daling van het aantal bloedplaatjes.
Beide middelen worden gebruikt bij de behandeling van zowel het kleincellige als niet-kleincellige longkanker. Deze cytostatica worden gegeven in combinatie met middelen, die op een andere wijze ingrijpen in de stofwisseling van de cel. Door te combineren is het mogelijk een lagere dosis van ieder middel te gebruiken, waardoor de bijwerkingen ook minder kunnen zijn. Omdat de bijwerkingen, met name op het beenmerg, vrij lang kunnen aanhouden, worden combinaties met platinumbevattende middelen om de 4 weken gegeven. In die tussentijd kan het beenmerg zich herstellen.
Cyclofosfamide
Cyclofosfamide (handelsnaam: Endoxan) is een alkylerende cytostaticum. Het middel wordt voornamelijk gebruikt bij de behandeling van kleincellige longkanker. Het wordt dan gegeven in combinatie met twee andere middelen, meestal doxorubicine en etoposide of vergelijkbare middelen zoals daunorubicine en teniposide. Het interval tussen de “kuren” is drie weken. Het wordt meestal intraveneus toegediend; er zijn echter ook tabletten.
De bijwerkingen zijn: misselijkheid en braken, Tijdens de behandeling kan verminderde eetlust en diarree of juist verstopping optreden. Gedeeltelijke haaruitval kan optreden, maar de haargroei komt weer terug na het stoppen van de behandeling. Stoornis van de bloedaanmaak leidt tot een verlaagd aantal witte bloedlichaampjes, waardoor de kans op ontstekingen toeneemt, en een verminderd aantal bloedplaatjes met kans op spontane bloedingen. Het dieptepunt van de daling van de bloedcellen ligt rond de 1 à 2 weken na de toediening. Na 3-4 weken is er weer herstel. Het middel heeft een nadelig effect op de geslachtscellen. Dit kan zowel bij de vrouw als de man leiden tot blijvende beschadiging van de gonaden, waarna onvruchtbaarheid blijft bestaan. Het middel kan ook schadelijk zijn voor de ongeboren vrucht. Het is daarom nodig, dat iemand die nog kinderen zou kunnen krijgen, de nodige en effectieve voorzorgen neemt, dat dit niet gebeurt. Verder komt het middel ook in de moedermelk. Het wordt daarom afgeraden tijdens de behandeling borstvoeding te geven.
Docetaxel
Docetaxel (handelsnaam: Taxotere) behoort tot de antimitotische cytostatica. Het middel wordt intraveneus toegediend of als middel alleen of in combinatie met cisplatine of carboplatine. Docetaxel geeft zeer vaak aanleiding tot overmatig vasthouden van vocht en overgevoeligheidsreacties. Voordat het middel wordt gegeven worden middelen, met name dexamethason, gegeven om zowel het vasthouden van vocht als de mogelijke overgevoeligheidsreacties te voorkomen. Er zijn diverse soorten bijwerkingen: forse daling van het aantal witte bloedlichaampjes bij ongeveer 75%. Het laagste aantal wordt bereikt na 7 dagen. Hierdoor kans op infecties en koorts. Daling van de bloedplaatsjes is een minder groot probleem. Haarverlies treedt op bij 80%. Na stoppen van de behandeling komt het haar weer terug. Huidreacties, zoals plaatselijk eczeem met jeuk komen ook voor. In ongeveer 40% ontstaan klachten van het centraal zenuwstelsel: abnormale prikkelingen en brandende pijn. De klachten van het maagdarmstelsel zijn niet ernstig: misselijkheid (bij 40%), braken (25%), diarree (41%) en obstipatie (9%). Klachten van het mondslijmvlies bij 42%. Slechts in 5% zijn de klachten van het maagdarmstelsel wel ernstig.
Doxorubicine
Doxorubicine (handelsnamen: Adriblastina, Doxorubicine injecties en Doxorubicin) is een cytostaticum dat thuis hoort in de groep van de antitumor-antibiotica. Het wordt voornamelijk gebruikt bij de behandeling van kleincellige longkanker en dan in combinatie met andere middelen zoals vincristine en endoxan. Het kan alleen intraveneus worden toegediend. Bijwerkingen zijn remming van het beenmerg, waardoor een laag aantal rode bloedcellen (anemie) en laag aantal bloedplaatjes. Het dieptepunt treedt ongeveer 10 tot 14 dagen na toediening op. Na 3 weken is er meestal weer herstel. Een belangrijke bijwerking is de schade aan het hart. Dit treedt vooral op indien het hart eerder in het bestralingsveld gelegen heeft of dat er reeds hartstoornissen waren voor de behandeling. De kans op deze hartschade neemt toe met de totale hoeveelheid, die gegeven wordt in de loop van de tijd. Haarverlies treedt op maar is reversibel. Misselijkheid, braken en diarree komen frequent voor, maar met de nieuwere antibraakmiddelen zijn deze klachten vaak goed te voorkomen.
Erlotinib
Erlotinib (handelsnaam Tarceva) is een nieuw middel dat gebruikt wordt bij de behandeling van niet-kleincellig longcarcinoom in een vergevorderd stadium. Het middel zorgt er voor dat de celdeling en groei van de kankercel geremd wordt. Het middel is als tablet van 150 mg verkrijgbaar en wordt één keer per dag toegediend. Na ongeveer 10 dagen tot een maand kan er een reactie op het kwaadaardige gezwel gezien worden. Het middel wordt gegeven aan mensen die al eerder met chemotherapie behandeld zijn. Een belangrijke bijwerking van het middel is een huiduitslag in het gezicht en op de bovenkant van het lichaam. Het kan lijken op jeugdpuistjes, maar is het niet. Soms is geen behandeling nodig en verdwijnt het spontaan ook bij voortzetten van de behandeling. In enkele gevallen is behandeling met een bijnierhormoon bevattend middel (corticosteroïden) of antibiotica nodig. Ook door tijdelijke vermindering van de hoeveelheid erlotinib kan de afwijking behandeld worden. Zijn de afwijkingen verdwenen, dan kan de volledige dosis weer gegeven worden. Een andere bijwerking van erlotinib is diarree. Dit wordt gezien bij 56% van de patiënten die behandeld worden.
Etoposide
Etoposide (handelsnaam: Etophos, Etoposide injecties en Vepesid.) Het is een topoisomerase remmer. Het speelt een rol bij de behandeling van het kleincellige longkanker, maar dan in combinatie met andere middelen, zoals endoxan en doxorubicine. Deze combinaties worden intraveneus toegediend met een interval van 3 weken, tenzij het aantal rode en witte bloedlichaampjes te laag is. Beenmergremming komt in een zeer hoog percentage voor (60-90%). In 20% kan dit ernstig zijn. Haarverlies is bijna altijd aanwezig, maar na staken van de therapie komt het haar weer terug. Klachten van het maagdarmkanaal komen voor zoals misselijkheid en braken, diarree, pijnlijke mond. De nadelige invloed op het zenuwstelsel is gering.
Gefitinib
Gefitinib (Handelsnaam: Iressa) dit is een nieuw middel, dat op andere wijze werkt dan de huidige cytostatica. Het remt specifiek de groei van tumorcellen en heeft nagenoeg geen invloed op de zich snel delende cellen elders (in tegenstelling tot wat andere cytostatica doen). Dit middel wordt éénmaal daags als tablet gegeven en kan thuis worden ingenomen. De bijwerkingen zijn over het algemeen gering: huiduitslag en diarree. Meestal treden deze op aan het begin van de behandeling en verdwijnen vaak weer spontaan. Uit onderzoek is gebleken dat gefitinib vooral gebruikt kan worden bij niet kleincellige longkanker waarbij een afwijking (mutatie) is gevonden in een specifiek eiwit (de epidermale groeifactor receptor – EGFR). Voordat met de behandeling gestart wordt, is het dus belangrijk dat gekeken wordt of deze mutatie in de longkankercellen voorkomt. Het middel geneest de longkanker niet, maar kan de kanker vaak wel tijdelijk terugdringen en de groei remmen.
Gemcitabine
Gemcitabine (handelsnaam: Gemzar) valt onder de antimetabolieten. Het wordt gebruikt bij de behandeling van het niet-kleincellige longkanker als middel alléén (monotherapie) of in combinatie met cisplatine of carboplatine. Gezocht wordt op dit moment of een combinatie van gemcitabine met bv. docetaxel of paclitaxel even effectief zijn als die met cisplatine of carboplatine, welke middelen vrij veel bijwerkingen hebben. Het middel kan alleen intraveneus worden toegediend.
Het middel kan veel bijwerkingen hebben, maar deze zijn over het algemeen niet zo ernstig. De bijwerkingen zijn: remming van het beenmerg, waardoor bloedarmoede, laag aantal witte bloedlichaampjes en verminderd aantal bloedplaatjes. Misselijkheid en braken komen voor maar zijn van mindere ernst dan bij cisplatine. Haarverlies komt slechts in een laag percentage voor. Kortademigheidklachten zijn beschreven na gebruik van gemcitabine. Gezien de schadelijke effecten moet zwangerschap voorkomen worden en moet ook tijdens het gebruik van dit middel geen borstvoeding gegeven worden.
Ifosfamide
Ifosfamide (handelsnaam: Holoxan) is nauw verwant aan cyclofosfamide. Het werkingsmechanisme is hetzelfde: het is een alkylerend middel. Het wordt gebruikt bij de behandeling van het niet-kleincellige longkanker. De bijwerkingen zijn voor een groot deel dezelfde als bij alle cytostatica: remming van het beenmerg, waardoor bloedarmoede en verlaagd aantal witte bloedlichaampjes en bloedplaatjes. Misselijkheid en braken vooral na hoge dosis van dit middel. Haaruitval die pas later optreedt, na 10 tot 30 dagen na de injectie, maar die wel reversibel is na staken van de behandeling. Nierfunctiestoornissen komen voor. Belangrijk is dat dit middel via de nier wordt uitgescheiden en dat de afbraakproducten aanleiding kunnen geven problemen van de urineblaas. Er kan een hemorragische cystitis ontstaan: ernstige irritatie van het blaasslijmvlies waarbij pijn en bloed verlies. Tijdens gebruik van ifosfamide moet daarom gezorgd worden dat ongeveer 4 liter per dag geplast kan worden, door te zorgen voor voldoende vochttoediening. Daarnaast wordt op bepaalde tijdstippen (voor de toediening van ifosfamide, gelijktijdig en 4 en 8 uur na toediening) het stofjes mesna toe te dienen, waardoor de afbraakproducten van ifosfamide geen effect kunnen hebben. Heeft iemand ernstige lever- of nierfunctiestoornissen dan kan ifosfamide niet worden gegeven. Gezien de effecten van dit middel moet goede anticonceptie bedreven worden om zwangerschap te voorkomen en kan ook tijdens het gebruik van ifosfamide geen borstvoeding gegeven worden.
Irinotecan
Irinotecan (handelsnaam: Campto) is een topoisomerase remmer. Bij laboratoriumonderzoeken blijkt er een versterkend effect te zijn als het gegeven wordt samen met cisplatine. Er is mogelijk een plaats voor dit middel bij de behandeling van niet-kleincellige longkanker. Het kan alleen intraveneus worden gegeven. Belangrijke bijwerkingen, die bijna direct na toediening optreden, zijn buikkrampen en diarree. Bij 1 op de 5 ontstaat ernstige misselijkheid en braken. Haarverlies is altijd aanwezig. Na ongeveer 5 dagen kan ernstige diarree optreden die aanhoudt gedurende 5 tot 7 dagen. Van belang is te zorgen voor voldoende vochttoediening. Ontstaat tegelijk een laag aantal witte bloedlichaampjes (meestal na 9 dagen), dan zijn de vooruitzichten slecht. De diarree is de beperkende factor tijdens het gebruik van dit middel.
Paclitaxel
Paclitaxel (handelsnaam: Taxol) is een antimitotisch cytostaticum. Net als docetaxel wordt het gebruikt bij de behandeling van niet-kleincellige longkanker, meestal in combinatie met cisplatine. Het wordt intraveneus toegediend. Belangrijke bijwerkingen zijn de remming van het beenmerg waardoor vooral een laag aantal witte bloedlichaampjes, en bloedarmoede. Overgevoeligheidsreacties kunnen optreden, waarbij deze reacties kunnen variëren van gering (rood worden en huiduitslag) tot zeer ernstig en levensbedreigend (lage bloeddruk, stik gevaar door zwelling van het slijmvlies in de keel, ademhalingsproblemen). Nadelige effecten op het zenuwstelsel zijn deels gerelateerd aan de snelheid waarmee paclitaxel wordt gegeven: bij korte infuusduur ontstaan meer klachten dan wanneer dezelfde hoeveelheid wordt gegeven over een langere periode. Ook bij dit middel wordt zwangerschap sterk afgeraden evenals borstvoeding, gezien de risico’s voor de ongeboren vrucht respectievelijk het kind.
Teniposide
Teniposide (handelsnaam: Vumon) is een topoisomerase remmer. In combinatie met cisplatine wordt het gegeven bij de niet-kleincellige longkanker. De effectiviteit is vergelijkbaar met die van etoposide. De bijwerkingen zijn remming van het beenmerg, in ernstigere mate dan bij etoposide. Verder komt haarverlies voor, maar wel reversibel. Misselijkheid, braken, krampen in de buik en diarree komen voor. Tijdens de behandeling moeten zwangerschap en borstvoeding vermeden worden.
Pemetrexed
Pemetrexed (Handelsnaam: Alimta) Dit middel is een celdodend middel, dat in Nederland geregistreerd is voor de behandeling van de eerste lijn (in combinatie met cisplatine) en de tweede lijn (als monotherapie) lokaal gevorderd of gemetastaseerd niet-kleincellig longkanker van het niet-plaveisel type. Ook is pemetrexed geregistreerd voor de behandeling van mesothelioom (in combinatie met cisplatin). Het middel wordt in kuren met een drieweeks interval toegediend. Bijwerkingen zijn remming van de bloedaanmaak en een hart-vaat afwijking. Noodzakelijk is tijdens de behandeling foliumzuur en vitamine B12 extra toe te dienen ter voorkoming van koorts en ontstekingen tijdens de periode dat de witte bloedlichaampjes erg laag zijn. Ook worden steroïden gegeven om huidreacties te voorkomen.
Vinblastine
Vinblastine (handelsnaam: Velbe, Vinblastine Injecties) is een antimitotisch cytostaticum. Het wordt gebruikt in combinatie met cisplatine bij de behandeling van het niet-kleincellige longkanker. Het kan alleen intraveneus worden toegediend. Belangrijke bijwerkingen zijn remming van het beenmerg waardoor laag aantal witte bloedlichaampjes en bloedplaatsjes. Deze daling kan nog optreden nadat de toediening geurende langere tijd gestaakt is. Haaruitval treedt altijd op. Maagdarmklachten zoals misselijkheid, braken diarree of obstipatie, rectaal bloedverlies en soms aantasting van het slijmvlies van de dikke darm, komen voor. Nadelige effecten op het zenuwstelsel met als gevolg prikkelingen, zenuwontsteking, hoofdpijn, depressiviteit, dove gevoelens en gehoorschade worden ook gezien. Tijdens de toediening moet zwangerschap voorkomen worden.
Vindesine
Vindesine (handelsnaam: Eldisine) is een antimitotisch cytostaticum. Het wordt gebruikt in combinatie met cisplatine bij de behandeling van het niet-kleincellige longkanker. Het wordt intraveneus toegediend. De bijwerkingen zijn remming van het beenmerg, waarbij vooral een sterke daling van de witte bloedlichaampjes, meestal 1 tot 3 weken na toediening, en bij hoge dosis ook een sterke verlaging van de bloedplaatjes. Het heeft effecten op het zenuwstelsel, waardoor prikkelingen en pijn in het verloop van de zenuwen. Het is de vraag of dit middel wel zo effectief is, als aanvankelijk werd aangenomen.
Vinorelbine
Vinorelbine (handelsnaam: Navelbine) is een antimitotisch cytostaticum. Het wordt gebruikt in combinatie met andere cytostatica bij de behandeling van het niet-kleincellige longkanker. Alleen intraveneuze toediening is mogelijk. De remming van het beenmerg en met name het lage aantal witte bloedlichaampjes na behandeling beperkt het de dosis. Het heeft minder effecten op het zenuwstelsel dan bv. vindesine of vinblastine. Misselijkheid en braken komen wel voor. Tijdens gebruik van dit middel moet zwangerschap voorkomen worden en geen borstvoeding gegeven worden.