Behandelingen
Chemotherapie bij longkanker 2
Cytostatica, die gebruikt worden bij de behandeling van longkanker:
het werkingsmechanisme; de toedieningwijze en de meest frequente
bijwerkingen.
Cytostatica verstoren de processen die voor de deling en het voortbestaan
van de cel wezenlijk zijn. Dit kan gebeuren door directe beschadiging
van het genetisch materiaal van de cel (DNA), door enzymen (stofjes,
die allerlei processen in de cel helpen snel en voorspoedig te kunnen
verlopen) hun werking onmogelijk te maken of competitie hiermee aan
te gaan, waardoor de normale stofwisseling van de cel wordt bemoeilijkt
of onmogelijk gemaakt. Dit leidt uiteindelijk tot dood van de cel.
De laatste stappen die tot de celdood leiden zijn niet altijd geheel
duidelijk.
Naar de overeenkomst in de structuur van het geneesmiddel en de
werkingswijze worden de cytostatica in 6 groepen ingedeeld:
Groep 1: alkylerende middelen
Bepaalde onderdelen van het cytostaticum molecuul gaan een band aan
met specifieke onderdelen van het genetisch materiaal (DNA) van
de cel. Wil de cel dit beïnvloede DNA (ook te zien als vervuild
of minderwaardig DNA) op een of andere manier gebruiken tijdens
de voortplanting van de cel dan leidt dit tot de dood van de nieuwe
cel.
Deze middelen hebben een remmende werking op het beenmerg met tot
gevolg stoornis van met name de bloedaanmaak. Voor effecten hiervan
zie boven.
Tot deze groep behoren de volgende cytostatica, die een rol spelen
bij de behandeling van longkanker: cyclofosfamide en ifosfamide
Groep 2: cisplatine en andere platinum bevattende middelen
Op dezelfde wijze als de alkylerende stoffen oefenen zij invloed
uit op het genetisch materiaal (DNA) van de cel en dit geeft aanleiding
tot celdood.
Het zware metaal (platinum) wordt uitgescheiden door de nier. Bij
onvoldoende vochtuitscheiding slaat het platinum neer in de nierlichaampjes
en dit geeft aanleiding tot nierfunctiestoornis. Extra vocht toediening
is daarom noodzakelijk. Dit geldt met name voor het oudste middel:
cis-platine. Er zijn nieuwere varianten (carboplatine), waarbij deze
uitgebreide vocht toediening niet meer zo wezenlijk is. Wel blijken
deze middelen, met name carboplatine, een groter remmend effect te
hebben op de vorming van bloedplaatjes.
Deze middelen kunnen ook schadelijk effecten hebben op het zenuwstelsel.
Middelen in deze categorie zijn: cisplatine en carboplatine
3: Antimetabolieten
Deze geneesmiddelen remmen de enzymen die verantwoordelijk zijn voor
de vorming van de bouwstenen, waaruit het genetisch materiaal van
de cel (DNA) wordt opgebouwd. Tevens gedraagt het geneesmiddel
na bewerking in de cel zich als een soort bouwsteen van het DNA
zelf, waardoor de normale bouwstenen niet goed ingebouwd worden
in het DNA. Hierdoor kan het normale DNA niet ontstaan en gaat
de cel dood. Hoe dit precies in zijn werk gaat is niet duidelijk.
Middelen die bij de behandeling van longkanker een rol spelen zijn:
gemcitabine
4: Topoisomeraseremmers
Wil het DNA zijn werk goed kunnen doen dan moet het niet alleen samengesteld
zijn volgens de norm: dwz de normale opeenvolging van bouwstenen
bevatten in de normale volgorde, maar het DNA moet ook een bepaald
ruimtelijke structuur hebben. Een belangrijke rol in de vorming
van deze driedimensionale structuur spelen de enzymen topoisomerase.
Wordt de vorming van de ruimtelijke structuur van het DNA onmogelijk
gemaakt dan leidt dit ook tot de dood van de cel.
Voorbeelden zijn: irinotecan, topotecan, etoposide en teniposdie.
5: Antimitotische cytostatica
Zoals de benaming reeds aangeeft, verstoren deze middelen de celdeling
door de vorming van de delingsfiguur van de cel te verstoren. Tijdens
de celdeling doorloopt het genetisch materiaal een aantal stappen
waarlangs er een verdubbeling van dit genetisch materiaal wordt
gerealiseerd. Dit is nodig om van een cel tot twee cellen te kunnen
komen. Deze cytostatica maken deze verdubbeling onmogelijk.
Bij longkanker gebruikte middelen zijn: vinblastine, vincristine,
vindesine, vinorelbine, docetaxel en paclitaxel.
6: Antitumor antibiotica
Deze geneesmiddelen worden gemaakt door micro-organismen. Deze middelen
gaan een verbinding aan met het DNA in de cel, waardoor de vorming,
noodzakelijk voor de nieuwe cellen, geremd wordt. Mogelijk hebben
zij ook effect op een enzym (topoisomerase-II) waardoor er breuken
optreden in het DNA en ook zo de vorming van nieuwe cellen wordt
verstoord. Dit leidt uiteindelijk tot celdood.
Middelen in deze groep zijn: daunorubicine, doxorubicine, epirubicine
en mitoxantron.
De bijwerkingen van cytostatica ontstaan omdat ze niet alleen invloed
hebben op de stofwisseling van de kwaadaardige cellen maar ook van
de normale gezonde cellen, met name van die cellen die zich snel
delen, zoals huid, slijmvliezen, beenmerg (waar de bloedaanmaak plaats
heeft) en de geslachtsorganen met name de eierstokken en de teelbal.
De effecten op de huid uiten zich door veranderingen van de huid,
remmen van de groei van de nagels en verstoring van de haargroei,
waardoor haarverlies optreedt. Dit laatste heeft betrekking op de
gehele lichaamsbeharing: hoofdhaar, wenkbrauw, wimpers, baardgroei,
okselbeharing, etc. De uitwerking op de slijmvliezen veroorzaakt
pijnlijk mondslijmvlies, slikproblemen en ook kans op diarree, omdat
ook het slijmvlies van de darmen wordt aangetast. Door de beschadiging
van het slijmvlies is het risico van infecties vergroot. De werking
op het beenmerg geeft aanleiding tot remming van de bloedaanmaak,
waardoor bloedarmoede, verlaagde witte bloedlichaampjes, waardoor
grotere kans op infecties, en verminderd aantal bloedplaatsjes, waardoor
een grotere kans op spontane bloedingen. Dit laatste kan alleen blauwe
plekken in de huid zijn maar ook spontane bloedingen elders in het
lichaam zoals longen, hersenen, maagdarmkanaal afhankelijk van het
aantal bloedplaatjes. De remmende werking op de geslachtsorganen
geeft bij vrouwen een verminderde tot opgeheven vorming en vrijkomen
van rijpe eicellen en bij de man tot verminderde tot opgeheven vorming
van zaadcellen. Hierdoor treedt zeker tijdelijke verminderde tot
volledige onvruchtbaarheid op. Bepaalde cytostatica kunnen ook specifieke
nadelige effecten hebben op bepaald organen zoals het hart, het zenuwstelsel,
de nieren en de longblaasjes. Cytostatica
kunnen in mindere of ernstigere mate algemene klachten van misselijkheid
en braken geven naast een verminderde eetlust en algemeen ziektegevoel
(algemene malaise).
Korte bespreking van de meest gebruikte cytostatica (op
alfabet) bij de behandeling van longkanker:
De platinum bevattende cytostatica spelen een belangrijke rol bij
de behandeling van zowel het niet-kleincellige als kleincellige longkanker.
Het is een zeer krachtig cytostaticum dat een goede antitumor activiteit
heeft en daarom bijna altijd deel uitmaakt van de behandeling van
longkanker, zeker van het niet-kleincellige longkanker. Voor het
werkingsmechanisme, voor zover bekend, zie boven.
Alimta Het geneesmiddel Alimta is een nieuw celdodend middel, dat wel al in Nederland geregistreerd is, maar nog niet beschikbaar voor gebruik. Het is geregistreerd voor behandeling van mesothelioom. De behandeling bestaat dan uit een combinatie van Alimta en cisplatinum. Voorwaarden om met dit middel behandeld te worden zijn geen ernstige hart-vaat afwijkingen en een nierfunctie die niet te sterk gestoord is. Het middel wordt in kuren met een drie weeks interval toegediend. Bijwerkingen zijn remming van de bloedaanmaak en hart-vaat afwijkingen. Noodzakelijk is tijdens de behandeling foliumzuur en vitamine B12 extra toe te dienen ter voorkoming van koorts en ontstekingen tijdens de periode dat de witte bloedlichaampjes erg laag zijn. Ook worden steroiden gegeven om huidreacties te voorkomen. Tijdens de behandeling van mesothelioom wordt een respons percentage van 41% gvonden en een mediane overleving van 12 maanden. Op dit moment worden in diverse klinieken in trial verband dit middel toegediend.
Cisplatine (handelsnamen: Cisplatin en Platosin) kan alleen intraveneus
worden toegediend via een infuus. Het bijzondere met dit middel
is, dat het belangrijk is te zorgen voor een grote urineproductie
om
zo het platinum uit het lichaam te verwijderen. Dit gebeurt namelijk
via de nieren.Daarom wordt dit middel alleen toegediend tijdens
zeer ruime vochttoediening en nauwgezette controle van de urine
productie.
Concreet betekent dit dat het middel alleen tijdens een klinische
opname kan worden gegeven.
De bijwerkingen van dit middel kunnen nogal fors zijn. Voor de
patiënt
zelf geldt als belangrijke bijwerking misselijkheid en braken. Soms
kunnen deze klachten lang aanhouden.Echter met de nieuwere antibraak
geneesmiddelen, zijn deze klachten redelijk in de hand te houden.
Schade aan de nieren treedt op in ongeveer 30%, waarbij de ernst
van die schade afhankelijk is van de totale hoeveelheid cisplatine
die gegeven wordt tijdens de behandeling. Voldoende vocht toediening
blijft van het grootste belang. Gehoorsverlies door nadelig effect
op de gehoorszenuw evenals op andere onderdelen van het zenuwstelsel
zijn mogelijk. Haarverlies komt voor maar hoeft niet altijd op te
treden..
Er zijn nieuwere middelen die van cisplatine zijn afgeleid: carboplatine
(handelsnamen: Carboplatine Injecties, Carbosin en Paraplatin).
Er is nog steeds enige discussie of carboplatine even effectief
is als
cisplatine. Het grote voordeel van dit nieuwere middel is, dat
de uitgebreide vocht toediening niet meer nodig is. De verdere
bijwerkingen
zijn vergelijkbaar met die van cisplatine. Wel is er een iets grotere
kans op het fors dalen van het aantal bloedplaatjes.
Beide middelen worden gebruikt bij de behandeling van zowel het
kleincellige als niet-kleincellige longkanker. Deze cytostatica
worden gegeven
in combinatie met middelen, die op een andere wijze ingrijpen in
de stofwisseling van de cel. Door te combineren is het mogelijk
een lagere dosis van ieder middel te gebruiken, waardoor de bijwerkingen
ook minder kunnen zijn. Omdat de bijwerkingen, met name op het
beenmerg,
vrij lang kunnen aanhouden, worden combinaties met platinum bevattende
middelen om de 4 weken gegeven. In die tussentijd kan het beenmerg
zich herstellen.
Cyclofosfamide (handelsnaam: Endoxan) is een alkylerende cytostaticum.
Zie voor de wijze waarop het werkt onder punt 1 hierboven. Het geneesmiddel
wordt voornamelijk gebruikt bij de behandeling van kleincellige longkanker.
Het wordt dan gegeven in combinatie met 2 andere middelen, meestal
doxorubicine en etoposide of vergelijkbare middelen zoals daunorubicine
en teniposide. Het interval tussen de “kuren” is drie
weken. Het wordt meestal intraveneus toegediend echter er zijn ook
tabletten.
De bijwerkingen zijn: misselijkheid en braken, Tijdens de behandeling
verminderde eetlust en diarree of juist verstopping. Gedeeltelijke
haaruitval kan optreden, maar de haargroei komt weer terug na stoppen
van de behandeling. Stoornis van de bloedaanmaak leidt tot een verlaagd
aantal witte bloedlichaampjes, waardoor de kans op ontstekingen toeneemt,
en een verminderd aantal bloedplaatjes met kans op spontane bloedingen.
Het dieptepunt van de daling van de bloedcellen ligt rond de 1 à 2
weken na de toediening. Na 3-4 weken is er weer herstel.Het middel
heeft een nadelig effect op de geslachtscellen. Dit kan zowel bij
de vrouw als de man leiden tot blijvende beschadiging van de gonaden,
waarna onvruchtbaarheid blijft bestaan.Het middel kan ook schadelijk
zijn voor de ongeboren vrucht. Het is daarom nodig, dat iemand die
nog kinderen zou kunnen krijgen, de nodige en effectieve voorzorgen
neemt, dat dit niet gebeurt. Verder komt het middel ook in de moedermelk.
Het wordt daarom afgeraden tijdens de behandeling borstvoeding te
geven.
Docetaxel (handelsnaam: Taxotere) behoort tot de antimitotische
cytostatica. Voor werkingsmechanisme zie boven. Het geneesmiddel
wordt intraveneus toegediend of als middel alleen of in combinatie
met cisplatine of carboplatine. Docetaxel geeft zeer vaak aanleiding
tot overmatig vasthouden van vocht en, weliswaar in ongeveer een
kwart van de mensen maar wel zeer snel, overgevoeligheidsreacties.
Voor dat het middel wordt gegeven worden geneesmiddelen, met name
dexamethason, gegeven om zowel het vast houden van vocht als de mogelijke
overgevoeligheidsreacties te voorkomen. Er zijn diverse soorten bijwerkingen:
forse daling van het aantal witte bloedlichaampjes bij ongeveer 75%.
Het laagste aantal wordt bereikt na 7 dagen. Hierdoor kans op infecties
en koorts. Daling van de bloedplaatsjes is een minder groot probleem.
Haarverlies bij 80%. Na stoppen van de behandeling komt het haar
weer terug. Huidreacties, zoals plaatselijk eczeem met jeuk In ongeveer
40% klachten van het centraal zenuwstelsel: abnormale prikkelingen
en brandende pijn. De klachten van het maagdarm stelsel zijn gering:
misselijkheid (bij 40%), braken (25%), diarree (41%) en obstipatie
(9%). Klachten van het mondslijmvlies bij 42%. Slechts in 5% zijn
de klachten van het maagdarmstelsel ernstig.
Doxorubicine (handelsnamen:
Adriblastina, Doxorubicine injecties en Doxorubicin) is een cytostaticum
dat thuis hoort in de groep van
de antitumor-antibiotica. Voor werkingsmechanisme zie boven. Het
wordt voornamelijk gebruikt bij de behandeling van kleincellig longkanker
en dan in combinatie met andere middelen zoals vincristine en endoxan.
Het kan alleen intraveneus worden toegediend. Bijwerkingen zijn remming
van het beenmerg, waardoor een laag aantal rode bloedcellen (anemie)
en laag aantal bloedplaatjes. Het dieptepunt treedt ongeveer 10 tot
14 dagen na toediening op. Na 3 weken is er meestal weer herstel.
Een belangrijke bijwerking is de schade aan het hart. Vooral treedt
dit op indien het hart eerder in het bestralingsveld gelegen heeft
of dat er reeds hart stoornissen waren voor de behandeling. De kans
op deze hartschade neemt toe met de totale hoeveelheid, die gegeven
wordt in de loop van de tijd. Haarverlies treedt op maar is reversibel.
Misselijkheid, braken en diarree komen frequent voor, maar met de
nieuwere antibraakmiddelen zijn deze klachten vaak goed te voorkomen.
Erlotinib (handelsnaam Tarceva™) is een aankomend geneesmiddel dat gebruikt wordt bij de behandeling van niet-kleincellig longcarcinoom in een vergevorderd stadium. Het middel remt de werking van bepaalde stofjes (enzymen genoemd) die een belangrijke rol spelen in de stofwisseling van de cel. Een kwaadaardige cel heeft een aantal vervelende eigenschappen o.a. is er een ongebreidelde vermeerdering van het aantal cellen. De kwaadaardige cellen kennen geen natuurlijke dood meer, waardoor niet alleen door de toename van de cellen maar ook door het niet afsterven het aantal sterk toeneemt. Verder worden er in de buurt van kwaadaardige cellen nieuwe bloedvaatjes gevormd, die bedoeld zijn om te zorgen voor voldoende voeding. In de cel komen een aantal stofjes (enzymen) voor, die deze gedragingen van de kwaadaardige cel mogelijk maken. Vaak zijn deze enzymen overactief in tumorcellen en moeten dus afgeremd worden. Het nieuwe middel erlotinib remt deze enzymen, waardoor een aantal van de processen, die kenmerkend zijn voor kwaadaardige cellen, worden geremd of onmogelijk gemaakt. Naast deze directe effecten op de cel kan erlotinib de werking van celdodende geneesmiddelen (cytostatica) en bestraling versterken.
Het middel wordt als tablet van 150 mg per dag toegediend. Na ongeveer 10 dagen tot een maand kan er een reactie op het kwaadaardige gezwel gezien worden. Het middel wordt gegeven aan mensen die al eerder met chemotherapie behandeld zijn.
Een belangrijke bijwerking van het middel is een huiduitslag in het gezicht en op de bovenkant van het lichaam. Het kan lijken op jeugdpuistjes, maar is het niet. Soms is geen behandeling nodig en verdwijnt het spontaan ook bij voortzetten van de behandeling. In enkele gevallen is behandeling met een bijnierhormoon bevattend geneesmiddel (corticosteroïden) of antibiotica nodig. Ook door tijdelijke vermindering van de hoeveelheid erlotinib kan de afwijking behandeld worden. Zijn de afwijkingen verdwenen, dan kan de volledige dosis weer gegeven worden. Een andere bijwerking van erlotinib is diarree. Dit wordt gezien bij 56% van de patiënten die behandeld worden.
Gebleken is uit onderzoeken dat 31% van de patienten (dus 31 van de 100 behandelede patienten) na 1 jaar nog in leven was in vergelijking met 21% van de patienten die niet met erlotinib behandeld werden. Door de behandeling blijven 50 van de 100 patienten gedurende 6,7 maanden in leven (mediane overleving) in vergeljking met 4,7 maanden in de niet met erlotinib behandelde groep patienten.
Het middel is nog niet in Nederland geregistreerd maar sinds November 2004 wel in de Verenigde Staten. Verwacht wordt dat het in 2005 ook in Nederland wordt geregistreerd. In Nederland lopen inmiddels wel studies (en een expanded access programma) in meer dan 20 klinieken. Dit betekent dat iemand die aan een aantal voorwaarden voldoet in Nederland toch al met dit middel behandeld kan worden.
Etoposide (handelsnaam: Etophos, Etoposide injecties en Vepesid.)
Het is een topoisomerase remmer. Voor de werkingswijze zie boven.
Het speelt een rol bij de behandeling van het kleincellige longkanker,
maar dan in combinatie met andere middelen, zoals endoxan en doxorubicine.
Deze combinaties worden intraveneus toegediend met een interval van
3 weken, tenzij het aantal rode en witte bloedlichaampjes te laag
zijn. Beenmerg remming komt in een zeer hoog percentage voor (60-90%).
In 20% kan dit ernstig zijn. Haarverlies is bijna altijd aanwezig,
maar na staken van de therapie komt het haar weer terug. Klachten
van het maagdarmkanaal komen voor zoals misselijkheid en braken,
diarree, pijnlijke mond. De nadelige invloed op het zenuwstelsel
is gering.
Gemcitabine (handelsnaam: Gemzar) valt onder de antimetabolieten.
Werkingsmechanisme zie boven. Het wordt gebruikt bij de behandeling
van het niet-kleincellige longkanker of als geneesmiddel alléén
(monotherapie) of in combinatie met cisplatine of carboplatine. Gezocht
wordt op dit moment of een combinatie van gemcitabine met bv. docetaxel
of paclitaxel even effectief zijn als die met cisplatine of carboplatine,
welke middelen vrij veel bijwerkingen hebben. Het middel kan alleen
intraveneus worden toegediend.
Het middel kan veel bijwerkingen hebben, maar deze zijn over het
algemeen gering. De bijwerkingen zijn: remming van het beenmerg,
waardoor bloedarmoede, laag aantal witte bloedlichaampjes en verminderd
aantal bloedplaatjes. Misselijkheid en braken komen voor maar zijn
van mindere ernst dan bij cisplatine. Haarverlies komt slechts in
een laag percentage voor. Kortademigheidklachten zijn beschreven
na gebruik van gemcitabine. Gezien de schadelijke effecten moet zwangerschap
voorkomen worden en moet ook tijdens het gebruik van dit middel geen
borstvoeding gegeven worden.
Ifosfamide (handelsnaam: Holoxan) is nauw verwant aan cyclofosfamide.
Het werkingsmechanisme is hetzelfde: het is een alkylerend middel
(zie boven). Het wordt gebruikt bij de behandeling van het niet-kleincellige
longkanker.
De bijwerkingen zijn voor een groot deel zoals bij alle cytostatica:
remming van het beenmerg, waardoor bloedarmoede en verlaagd aantal
witte bloedlichaampjes en bloedplaatjes. Misselijkheid en braken
vooral na hoge dosis van dit middel. Haaruitval die pas later optreedt,
na 10 tot 30 dagen na de injectie, maar die wel reversibel is na
staken van de behandeling. Nierfunctiestoornissen komen voor. Belangrijk
is dat dit middel via de nier wordt uitgescheiden en dat de afbraakproducten
aanleiding kunnen geven problemen van de urineblaas. Er kan een hemorragische
cystitis ontstaan: ernstige irritatie van het blaasslijmvlies waarbij
pijn en bloed verlies. Tijdens gebruik van ifosfamide moet daarom
gezorgd worden dat ongeveer 4 liter per dag geplast kan worden, door
te zorgen voor voldoende vochttoediening. Daarnaast wordt op bepaalde
tijdstippen (voor de toediening van ifosfamide, gelijktijdig en 4
en 8 uur na toediening) het stofjes mesna toe te dienen, waardoor
deze afbraakproducten van ifosfamide geen effect kunnen hebben. Heeft
iemand ernstige lever- of nierfunctiestoornissen dan kan ifosfamide
niet worden gegeven. Gezien de effecten van dit middel moet goede
anticonceptie bedreven worden om zwangerschap te voorkomen en kan
ook tijdens het gebruik van ifosfamide geen borstvoeding gegeven
worden.
Iressa dit
is een nieuw cytostaticum, dat op andere wijze werkt dan de huidige.
Het remt specifiek de groei van tumorcellen en heeft
nagenoeg geen invloed op de zich snel delende cellen elders (in tegenstelling
tot wat andere cytostatica doen). Dit middel kan als tablet worden
gegeven. De bijwerkingen zijn voor zover nu bekend gering: huidafwijkingen
(acne) en diarree. Het middel verkeert nog in de onderzoeksfase en
de werkelijke effectiviteit is vooralsnog niet bekend. Het lijkt
de tumorgroei te remmen maar de tumor verdwijnt niet geheel. Hoe
lang het effect aanhoudt is onduidelijk. Het middel is in Nederland
(maar ook elders) nog niet geregistreerd en ook niet vrij verkrijgbaar.
Alleen in onderzoeksverband kan het gebruikt worden.
Irinotecan (handelsnaam: Campto) is een topo-isomerase remmer (voor
werkingsmechanisme zie boven). Bij laboratorium onderzoeken blijkt
er een versterkend effect te zijn als het gegeven wordt samen met
cisplatine. Er is mogelijk een plaats voor dit middel bij de behandeling
van niet-kleincellige longkanker. Het kan alleen intraveneus worden
gegeven. Belangrijke bijwerkingen, die bijna direct na toediening
optreden, zijn buikkrampen en diarree. Bij 1 op de 5 ontstaat ernstige
misselijkheid en braken. Haarverlies is altijd aanwezig. Later na
ongeveer 5 dagen kan ernstige diarree optreden die aanhoudt gedurende
5 tot 7 dagen. Van belang is te zorgen voor voldoende vochttoediening.
Ontstaat tegelijk een laag aantal witte bloedlichaampjes (meestal
na 9 dagen) dan zijn de vooruitzichten slecht. De diarree is de beperkende
factor tijdens het gebruik van dit middel.
Paclitaxel (handelsnaam: Taxol) is een antimitotisch cytostaticum
(voor werkingsmechanisme zie boven). Gelijk docetaxel (zie boven)
wordt het gebruikt bij de behandeling van niet kleincellige longkanker
meestal in combinatie met cisplatine. Het wordt intraveneus toegediend.
Belangrijke bijwerkingen zijn de remming van het beenmerg waardoor
vooral een laag aantal witte bloedlichaampjes, en bloedarmoede. Overgevoeligheidsreacties
kunnen optreden, waarbij deze reacties kunnen variëren van gering
(rood worden en huiduitslag) tot zeer ernstig en levensbedreigend
(lage bloeddruk, stik gevaar door zwelling van het slijmvlies in
de keel, ademhalingsproblemen). Nadelige effecten op het zenuwstelsel
zijn deels gerelateerd aan de snelheid waarmee paclitaxel wordt gegeven:
bij korte infuusduur meer klachten dan wanneer dezelfde hoeveelheid
wordt gegeven over een langere periode. Gelijk bij andere cytostatica
wordt zwangerschap sterk afgeraden evenals borstvoeding gezien de
risico’s voor de ongeboren vrucht respectievelijk het kind.
Teniposide (handelsnaam: Vumon) is een topo-isomerase remmer (voor
werkingsmechanisme zie boven). In combinatie met cisplatine wordt
het gegeven bij de niet-kleincellige longkanker. De effectiviteit
is vergelijkbaar met die van etoposide.(zie daar). De bijwerkingen
zijn remming van het beenmerg, waarbij dit effect groter is dan van
etoposide. Verder haarverlies, weliswaar reversibel. Misselijkheid,
braken, krampen in de buik en diarree komen voor. Tijdens de behandeling
moeten zwangerschap en borstvoeding vermeden worden.
Vinblastine (handelsnaam: Velbe, Vinblastine Injecties) is een antimitotisch
cytostaticum (voor werkingsechanisme zie boven). Het wordt gebruikt
in combinatie met cisplatine bij de behandeling van het niet kleincellige
longkanker. Het kan alleen intraveneus worden toegediend. Belangrijke
bijwerkingen zijn remming van het beenmerg waardoor laag aantal witte
bloedlichaampjes en bloedplaatsjes. Deze daling kan nog optreden
nadat de toediening geurende langere tijd gestaakt is. Haaruitval
treedt altijd op. Maagdarmklachten zoals misselijkheid, braken diarree
of obstipatie, rectaal bloedverlies en soms aantasting van het slijmvlies
van de dikke darm. Nadelige effecten op het zenuwstelsel met als
gevolg prikkelingen, zenuwontsteking, hoofdpijn, depressiviteit,
dove gevoelens en gehoorschade. Tijdens de toediening moet zwangerschap
voorkomen worden.
Vindesine (handelsnaam: Eldisine) is een antimitotisch cytostaticum
(voor werkingswijze zie boven). Het wordt gebruikt in combinatie
met cisplatine bij de behandeling van het niet-kleincellige longkanker.
Het wordt intraveneus toegediend. De bijwerkingen zijn remming van
het beenmerg, waarbij vooral een sterke daling van de witte bloedlichaampjes,
meestal 1 tot 3 weken na toediening, en bij hoge dosis ook een sterke
verlaging van de bloedplaatjes. Het heeft effecten op het zenuwstelsel,
waardoor prikkelingen en pijn in het verloop van de zenuwen. Het
is de vraag of dit middel wel zo effectief is, als aanvankelijk werd
aangenomen.
Vinorelbine (handelsnaam: Navelbine) is een antimitotisch cytostaticum
(voor werkingswijze zie boven). Het wordt gebruikt in combinatie
met andere cytostatica bij de behandeling van het niet-kleincellige
longkanker. Alleen intraveneuze toediening is mogelijk. De remming
van het beenmerg en met name het lage aantal witte bloedlichaampjes
na behandeling beperkt het de dosis. Het heeft minder effecten op
het zenuwstelsel dan bv. vindesine of vinblastine. Misselijkheid
en braken. Tijdens gebruik van dit middel moet zwangerschap voorkomen
worden en geen borstvoeding gegeven worden.
De bovengenoemde cytostatica worden voornamelijk in combinaties
gegeven. Bij de behandeling van het kleincellige longkanker worden
de volgende combinaties gebruikt: etoposide met cis-platine; cyclofosfamide
met doxorubicine en vincristine; cyclofosfamide met doxorubicine
en etoposide; en etoposide met carboplatine.
Bij de behandeling van het niet kleincellige longkanker worden diverse
combinaties gebruikt. Een aantal van deze combinaties (zonder uitputtend
te zijn): cisplatine met paclitaxel; cisplatine met etoposide; cisplatine
met vinorelbine of vindesine; cisplatine met gemcitabine; cisplatine
met docetaxel. Bij een aantal combinaties is de cisplatine vervangen
door carboplatine. Welke combinaties de meest effectieve is en ook
het langstdurende effect heeft, is nog niet duidelijk. Wel is de
algemene opvatting dat bij de behandeling van het niet kleincellige
longkanker met cytostatica altijd of cisplatine of carboplatine onderdeel
moet zijn van de combinatie. |