Doelgerichte therapie bij longkanker
Wat is het en hoe werkt het?
Doelgerichte therapie bij longkanker is anders dan de klassieke chemotherapie. Als er een bepaalde kenmerken in de tumorcellen zijn gevonden, dan is het mogelijk om doelgerichte therapie toe te passen. Deze therapie wordt doelgerichte therapie genoemd, omdat hiermee de kankercellen met bepaalde eigenschappen gericht kunnen worden behandeld. Dit in tegenstelling tot chemotherapie dat op alle zich delende lichaamscellen werkt en waarmee ook gezonde cellen kunnen worden vernietigd. Bij de behandeling worden niet gezonde sneldelende cellen (zoals haar- en darmcellen) aangevallen. Deze middelen hebben dan ook niet dezelfde bijwerkingen als de klassieke chemotherapie, maar wel andere zoals huiduitslag.
Kankercellen hebben een aantal kenmerken waarmee ze zich onderscheiden van normale cellen in het lichaam. De belangrijkste hiervan zijn
- kankercellen vermenigvuldigen ongecontroleerd (dit noemt men proliferatie);
- kankercellen sterven niet af nadat ze een aantal keer gedeeld zijn (dit afsterven noemt men apoptose)
- kankercellen zorgen dat het omliggende weefsel zich aanpast door het stimuleren van aanmaak van nieuwe bloedvaten (dit noemt men angiogenese);
- kankercellen breiden zich uit in omliggend weefsel en richten hier schade aan (dit noemt men invasie);
- kankercellen verspreiden zich ook naar ver weg gelegen plaatsen in het lichaam (dit noemt men metastasering of uizaaien).
Deze processen kunnen optreden omdat in de kankercel en tussen de kankercel en de omliggende structuren bepaalde signalen worden afgegeven. Deze processen en signalen vinden in kankercellen veel meer plaats dan in normale cellen en weefsels. Door onderzoek zijn inmiddels veel van die processen en signalen bekend. Signalen en het doorgeven ervan verloopt via hormonen en eiwitten. Hoe deze eruit zien en werken is vaak goed uitgezocht. Hierdoor is het mogelijk om geneesmiddelen te ontwikkelen die specifiek gericht zijn op het voorkomen of blokkeren van de signalen. Middelen die op deze manier werken noemt men doelgrichte of targeted therapieën.
Bij niet kleincellige longkanker wordt heel veel onderzoek naar dit soort middelen gedaan. In dit onderzoek worden deze middelen zowel alleen als in combinatie met bestaande behandelingen ingezet. De afgelopen jaren is gebleken dat een aantal middelen ook werkelijk effectief zijn bij mensen met longkanker. De eerste groep middelen staat bekend als de EGFR-remmers, de tweede groep als angiogeneseremmers.
De EGFR-remmers richten zich op het voorkomen van signalering via de epidermale groeifactor receptor (EGFR), die op gewone cellen zit, maar ook een belangrijke rol speelt in kankercellen. Door effecten van deze middelen wordt een rem gezet op het vermenigvuldigen van de cel, maar worden ook andere processen die belangrijk zijn voor een kankercel beïnvloed.
De angiogeneseremmers richten zich specifiek op de bloedvaten in de tumor. Door het maken van nieuwe bloedvaten te remmen, krijgen kankercellen niet meer de voedingsstoffen en zuurstof die ze nodig hebben om te vermenigvuldigen en te overleven. Hierdoor wordt voorkomen dat de kanker groeit en kunnen kankercellen ook afsterven.
De doelgerichte therapieën werken anders dan traditionele chemotherapie. Uit onderzoek is gebleken dat sommige vormen van longkanker wel en andere juist niet goed met bepaalde doelgerichte middelen kunnen worden behandeld. Ook is duidelijk geworden dat deze middelen vaak andere bijwerkingen hebben. Naar de effecten en bijwerkingen van doelgerichte therapie wordt veel onderzoek gedaan. Ook zijn er veel nieuwe middelen in onderzoek. De verwachting is dat bepaalde vormen van longkanker hierdoor in de toekomst beter te behandelen zijn.
Voorbeelden van doelgerichte therapieën zijn gefitinib en erlotinib als activerende EGFR mutatie remmers, afatinib als activerende en inhiberende EGFR mutatie remmer en bevacizumab als angiogenese remmer bij taxoiden gebruik voor longkanker