Behandelingen
Endobronchiale therapie
Wat is endobronchiale therapie?
De term endobronchiale therapie of endobronchiale behandeling houdt
in dat met behulp van een bronchoscoop, zowel star als flexibel,
een behandeling in het binnenste van de luchtweg wordt uitgevoerd.
Dit kan zijn om te genezen (curatief) of om de klachten die door
een proces in en/of rond de luchtweg wordt veroorzaakt te bestrijden
(palliatief).
Welke behandelingen kunnen endobronchiaal worden uitgevoerd?
Er zijn diverse behandelingsmogelijkheden. Een tumor dat in de luchtweg
zelf zit, kan worden verwijderd door het met behulp van een tang “weg
te happen”.
De tumor kan ook met behulp van elektrische stroom worden weggebrand
of gesneden (electrocauterisatie) of door middel van laserlicht worden
weggebrand (laser resectie).
Een bijzondere vorm van laser resectie is fotodynamische therapie.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van het gegeven dat een bepaalde stof
langer in tumorcellen achterblijft dan in gezonde cellen. Door een
laser licht van een specifieke golflengte hierop te laten schijnen,
worden alleen de tumor cellen weggebrand.
Het proces kan ook worden weggestraald door een kleine radioactieve
bron in de luchtweg te brengen met behulp van de bronchoscoop (brachytherapie)
, waardoor de tumor kleiner wordt of geheel verdwijnt.
In bepaalde gevallen is het noodzakelijk een klein buisje in de
luchtweg te plaatsen (stent) om de doorgankelijkheid van de luchtweg
te herstellen of te garanderen.
Bovengenoemde behandelingen kunnen ook gecombineerd worden toegepast.
Wanneer is er een reden voor endobronchiale therapie?
Er moet ook hier een onderscheid worden gemaakt tussen palliatieve
en curatieve behandeling.
Er is sprake van een curatieve indicatie (genezende opzet) als de
tumor die gevonden is, heel klein is (< 1 cm3) en niet door de
wand van de luchtweg is heen gegroeid. Meestal lukt het om door middel
van een bijzondere CT-scan (high resolution CT-scan) aan te tonen
dat er geen doorgroei is door de wand van de luchtweg heen. Verder
moeten er geen aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen in de lymfknopen
of elders in het lichaam. Met behulp van electrocauterisatie of laser
resectie of fotodynamische therapie of brachytherapie wordt in opzet
de tumor totaal verwijderd. Dit dient op een later tijdstip te worden
gecontroleerd. Deze curatieve behandeling zal bij voorkeur gebeuren
als de tumor heel klein is, er diverse kleinere tumoren in de luchtweg
worden gevonden en als de hart- en longfunctie beperkt zijn en een
chirurgische behandeling niet toestaan. Na deze behandeling blijft
men de patiënt levenslang controleren met behulp van bronchoscopieën,
want op de longfoto was en is de mogelijke tumor niet te zien.
Gaat het om een palliatieve behandeling dan is meestal de reden
ernstige kortademigheid door een proces in of rond de luchtpijp,
waardoor de doorgankelijkheid ernstig belemmerd is. Andere redenen
kunnen zijn een hinderlijke hoest, terugkerende ontstekingen in de
luchtweg of opgeven van bloed. Belangrijk is wel dat andere behandelingen
zoals uitwendige bestraling, chirurgische behandeling en behandeling
met celdodende geneesmiddelen niet mogelijk zijn. Verder is van belang
te weten of er een tumor in de luchtpijp zelf zit of dat de vernauwing
van de luchtpijp wordt veroorzaakt door een proces buiten de luchtpijp.
Zit het proces in de luchtpijp zelf dan kan het worden weggebrand
door elctrocauterisate of laser resectie. Om het verkregen effect
langer te laten duren kan aanvullend inwendige bestraling gegeven
worden (brachytherapie). Gaat het om een vernauwing door druk van
buiten af dan kan een stent geplaatst worden.
Welke bijwerkingen heeft endobronchiale therapie?
De bijwerkingen hangen af van de indicatie (curatief of palliatief),
het type behandeling (electrocauterisatie of laserresectie of fotodynamische
therapie of brachytherapie of plaatsen van een stent) en de algehele
gezondheidstoestand van de patiënt..
Is de indicatie curatief en is de patiënt in goede gezondheidstoestand
dan zijn er nagenoeg geen bijwerkingen behalve het moeten ondergaan
van een bronchoscopie. Wordt fotodynamische behandeling gegeven dan
moet gedurende een aantal weken blootstelling aan UV-licht vermeden
worden. Door het ingespoten stofje is de huid erg gevoelig voor UV-licht
(gewoon zonlicht) geworden. Komt de patiënt toch in het zonlicht
dan loopt hij een huidverbranding op zoals iemand die te lang zonder
bescherming in de zon ligt.
Gaat het om een palliatieve ingreep dan moet men zich realiseren
dat de ziekte ook elders in het lichaam zijn gevolgen doet blijken.
Belangrijke complicaties zijn bloedingen in de luchtweg, meestal
niet erg heftig. Slechts een enkele maal treedt een fatale bloeding
op als een groot bloedvat wordt geraakt. Na de ingreep kan een luchtweginfectie
optreden. Een enkele keer kan er een gat in de luchtpijp (perforatie)
ontstaan. Hieraan kan men niets doen en betekent een fatale afloop.
Een zeer bijzondere en zeldzame complicatie is dat na de behandeling
er problemen met de ademhaling optreden. Dit noemt men een respiratoire
insufficiëntie. Wanneer dit optreedt, kan men de patiënt
gedurende 24 uur beademen, waarna deze insufficiëntie verdwijnt
en de patiënt weer spontaan kan ademen. Na brachytherapie kan
na langere tijd een vernauwing van de luchtweg optreden of een massale
bloeding (in ongeveer 9% van de behandelden). De vraag is of de bloeding
alleen het effect is van de brachytherapie of dat er tevens weer
groei van de tumor is. Bij het plaatsen van een stent kan een doorboring
van de wand optreden (perforatie) of de stent zit niet op de goede
plaats of wil zich niet ontplooien. Na langere tijd kunnen bij een
stent de volgende bijwerkingen optreden: verplaatsing van de stent,
verstopt raken door slijm, tumor of littekenweefsel. Het is mogelijk
dan een nieuwe stent te plaatsen of de stent weer doorgankelijk te
maken door verwijderen van het slijm, tumor of littekenweefsel.
Hoe lang kan men nog leven na een endobronchiale behandeling?
Belangrijk is een onderscheid te maken of het gaat om een genezende
behandeling (curatieve behandeling) of een behandeling om bestaande
klachten op te heffen of te bestrijden (palliatieve behandeling).
Is er sprake van een curatieve behandeling dan blijkt uit de literatuur
dat in ongeveer 75% van de behandelde patiënten de tumor volledig
verdwijnt (complete remissie). De overleving na een curatieve behandeling
is goed Ongeveer 93% van de behandelden leeft na 5 jaar nog zonder
tekenen dat de tumor weer teruggekomen is.
Is de behandeling erop gericht de klachten te verminderen of op
te heffen die de tumor veroorzaakt dan wordt gekeken naar de duur
dat het effect aanhoudt. Overleving is niet het primaire doel van
de behandeling. Men moet zich realiseren dat de tumor nooit weggaat
en ongestoord door kan groeien ondanks de behandeling. Met grote
voorzichtigheid kan men uit de literatuur afleiden dat ongeveer bij
de helft van de behandelden (50%) het effect na 6 maanden nog goed
is. In een kwart van de behandelden (25%) is na een jaar het effect
nog goed. Het effect van de behandeling en de duur van het effect
hangen sterk af van het stellen van een juiste reden (indicatie)
om de behandeling te doen.
Hoe gaat de behandeling in zijn werk?
Voor al deze behandelwijzen geldt dat er een bronchoscopie wordt
verricht (zie bronchoscopie – link) Deze bronchoscopie kan
onder lokale verdoving of onder algehele anesthesie gebeuren. Dit
laatste hangt af van de voorkeur van de patiënt, de mogelijkheden
in het ziekenhuis en het type behandeling. Laser behandeling en
plaatsen van een stent zal meestal onder algehele narcose gebeuren.
Andere behandelmogelijkheden als brachytherapie (inwendige bestraling),
electrocauterisatie en fotodynamische therapie zullen meestal onder
lokale verdoving gebeuren.
Na het inbrengen van de bronchoscoop wordt door het werkkanaal de
verrichting uitgevoerd die was afgesproken.
Na electrocauterisatie, laser behandeling en het plaatsen van een
stent zijn de klachten na de behandeling meestal direct verdwenen.
Na brachytherapie en photodynamische behandeling gaat er een bepaalde
tijd overheen alvorens het effect blijkt. Bij brachytherapie 5 tot
10 dagen voor het effect blijkt.
|