Printvriendelijke versie

Mail het een vriend(in)
 

Behandelingen

Experimentele geneesmiddelen

Het kan zijn dat uw arts u een zogenaamde experimentele behandeling aanbiedt. Dat wil zeggen een behandeling in het kader van een wetenschappelijk onderzoek. In onderzoek met deze middelen wordt onderzocht of ze betere resultaten opleveren dan de huidige ‘standaard’ behandeling. Betere resultaten kunnen zijn: minder bijwerkingen, meer kans op vermindering van klachten door de tumor, betere kansen op genezing, of een langere periode van levensverlenging.

Het is heel erg moeilijk om een nieuw medicijn te ontwikkelen, en men is dan ook al blij met kleine stapjes verbetering. Bijvoorbeeld, als van een nieuw medicijn kan worden aangetoond dat mensen er gemiddeld één à twee maanden langer mee leven, dan wordt dit gezien als duidelijke winst. Ook als de kans op genezing met een nieuw medicijn met 5% toeneemt, wordt dat gezien als een baanbrekende ontwikkeling.

Fases in onderzoek:
Een nieuwe behandeling moet eerst volgens strenge wetenschappelijke normen worden getest. Het onderzoek wordt opgebouwd in fases, om er voor te zorgen dat de patiënt geen risico’s loopt bij het meedoen aan onderzoek. Het meedoen aan wetenschappelijk onderzoek is in iedere fase anders:

Fase I
Fase I onderzoek komt na onderzoek met dieren. Middelen die bij dieren niet teveel bijwerkingen hadden, en wel enig effect op de groei van de tumor, worden in Fase I onderzoek bij de mens getest. Het onderzoek richt zich hierbij vooral op de mogelijke bijwerkingen. Daarnaast wordt gekeken hoe het middel door het lichaam wordt afgebroken. Deze middelen worden vaak in lage dosering toegediend. Eigenlijk zijn deze Fase I onderzoeken niet gericht op behandeling.

Het kan zijn dat er in uw geval nog geen standaardbehandeling is en zo’n Fase I onderzoek de enige mogelijkheid tot behandelen is. Als u de experimentele behandeling weigert, wordt uw kanker dus niet behandeld. U mag in die situatie eigenlijk niets verwachten van de experimentele behandeling. De werking ervan moet nog worden bewezen. Toch zijn er patiënten die de experimentele behandeling graag willen. Ze vinden het prettig dat er wat gebeurt, en ze denken dat er altijd een kans is dat de behandeling wel wat doet.

Fase II
Daarna komt Fase II onderzoek. Er zijn in feite twee soorten Fase II onderzoeken.
Bij de ‘vroege’ Fase II studies worden middelen onderzocht waarvan nog absoluut niet bekend is of ze werkzaam zijn. Met de dosering die in Fase I haalbaar is gebleken wordt getest of het middel werkt bij patiënten met een bepaald soort kanker. Het wordt dan bijvoorbeeld getest bij 40 patiënten met longkanker of 40 patiënten met borstkanker. Per tumorsoort wordt bekeken of het middel werkzaam is.

Bij de ‘late’ Fase II studies is al wel bekend dat het om werkzame middelen gaat, maar wil men dat middel bijvoorbeeld onderzoeken in een bepaalde subgroep van patiënten met longkanker of men wil onderzoeken hoe het middel het best toegediend kan worden (bijv wekelijks in plaats van eenmaal per drie weken). Ook wordt in dit soort onderzoeken bekeken of een combinatie van reeds eerder aangetoonde werkzame middelen een nog beter effect heeft.
Als het middel bij Fase II onderzoek minstens zo werkzaam lijkt te zijn als de bestaande behandelingen, dan mag het middel door naar Fase III.

Fase III
In Fase III onderzoek wordt een nieuwe behandeling vergeleken met een bestaande (standaard) behandeling bij enkele honderden patiënten. Daarbij wordt gekeken naar verschil in bijwerkingen en/of werkzaamheid. Ook kosten kunnen bij de beoordeling worden meegenomen, als het verschil in werkzaamheid maar klein is bijvoorbeeld.
Als u meedoet aan Fase III onderzoek wordt er geloot in welke van de twee groepen u valt: de standaardbehandeling of de nieuwe behandeling. U kunt dus niet zelf kiezen.

Registratie
Als een middel al deze fases goed doorkomt, en dat gebeurt niet vaak, dan kan het in een land worden geregistreerd. De beroepsgroep van artsen kan vervolgens besluiten om het middel of de combinatie van een aantal middelen tot de nieuwe standaard te verheffen.

Wel of niet meedoen
Velen laten de beslissing om wel of niet een behandeling te krijgen in het kader van een wetenschappelijk onderzoek aan de arts over. Gun uzelf echter op zijn minst enkele dagen de tijd om hierover na te denken en zo mogelijk met anderen te overleggen (tenzij de tumor zo agressief is dat u op advies van de arts snel moet starten met behandeling.) U kunt een aantal simpele vragen stellen om voor uzelf duidelijk te maken of dit echt is wat u wilt.
U kunt aan de arts vragen:

  • Wat kan ik verwachten van deze behandeling: leef ik er langer mee, voel ik me er beter bij, etc.
  • Wat zijn de nadelen die ik kan verwachten: wat voor bijwerkingen heeft dit medicijn, moet ik vaker naar het ziekenhuis komen, moet ik vaker bloedprikken, etc.

Daarna kunt u, samen met de arts, een weloverwogen beslissing nemen.

Als u instemt met een experimentele behandeling zal u worden gevraagd om uw handtekening te zetten als bewijs van uw toestemming. Ook krijgt u een informatieformulier waarop de experimentele behandeling wordt beschreven. U kunt dit thuis eerst rustig doorlezen voor het te tekenen.

Een reden om mee te doen aan een experimentele behandeling kan zijn dat u wilt meewerken aan het ontwikkelen van betere behandelingsmethoden. Toekomstige patiënten (en uzelf misschien ook) kunnen daar voordeel van hebben.

“De longarts vroeg me mee te doen aan een experimentele behandeling. Ik heb direct ‘ja’ gezegd, omdat ik graag wil meewerken aan betere behandelingsmethoden. Andere patiënten hebben dat in het verleden ook gedaan en daardoor kan longkanker nu worden behandeld. Daar pluk ik nu de vruchten van.”
   Meneer T., 63 jaar

Sommige patiënten stemmen in met een experimentele behandeling, omdat ze de arts niet willen teleurstellen of het moeilijk vinden om ‘nee’ te zeggen. Dat is geen goede reden. U bent op geen enkele manier verplicht om mee te doen. Als u twijfelt of u mee wilt doen kunt u zeggen dat u er nog even over wilt nadenken. En als u besluit mee te doen, kunt u ook altijd stoppen als het u tegenvalt. Wees niet bang dat uw arts dit u kwalijk zal nemen. Hij zal uw keuze respecteren en niet anders met u omgaan.

“Ik vond het moeilijk toen de arts me vroeg mee te doen. Ik moest daarvoor vaker naar het ziekenhuis komen. Dat is een heel gedoe, omdat het ruim een uur rijden is en dan dat bloedprikken…vreselijk. Ik heb eerst toegestemd, omdat ik dacht: ‘Die arts doet zoveel voor me, ik kan het niet maken om niet mee te doen.’ Ik kon er niet van slapen. Mijn dochter is toen met me mee gegaan naar het ziekenhuis en heeft uitgelegd waarom ik het toch liever niet deed. Dat was geen probleem. De arts begreep het. Ik was erg opgelucht.”
   Meneer de J., 54 jaar

Meer informatie over het meedoen aan klinisch onderzoek, soorten klinisch onderzoek en vragen die u kunt stellen aan uw arts vindt u in de brochure van KWF Kankerbestrijding ‘Onderzoek naar nieuwe behandelingen bij kanker’ (pdf-bestand)

                      © longkanker informatiecentrum 2010 
naar bovennaar bovenkant pagina