Artsen en andere hulpverleners
Praten over longkanker
Meestal is het de longarts die u vertelt longkanker te hebben.
Dat is een enorme schok. Het kan zijn dat u dit bericht zag
aankomen
en daar al een beetje op was voorbereid door de arts. Soms wordt
voordat alle uitslagen van de onderzoeken bekend zijn, verteld
dat er een behoorlijke kans is dat u longkanker heeft. “Toen de longarts de bronchoscopie had gedaan, zei hij dat
hij dacht aan longkanker. Maar dat we eerst de uitslag moesten afwachten
voor hij er met zekerheid iets over kon zeggen.”
Dhr G., 59 jaar
Het kan ook zijn dat het bericht totaal onverwacht komt. Er zijn
longkankerpatiënten die zich helemaal niet ziek voelen en voor
wie het heel moeilijk is om deze diagnose te aanvaarden.
“Ik was niet helemaal lekker, al een tijdje. Grieperig, zo
voelde ik me. Toen dat bleef zei de huisarts: ‘Laten we voor
de zekerheid toch maar een foto maken.’ Bleek ik longkanker
te hebben! Dat had ik helemaal niet verwacht. Ik geloofde het gewoon
niet.”
Dhr van P., 62 jaar
De longarts zal u vertellen wat voor soort longkanker u heeft en
of deze is uitgezaaid in het lichaam. Dit is belangrijk om te weten
voor wat voor soort behandeling zal worden gekozen. Als de kanker
niet is uitgezaaid, is er een behoorlijke kans op genezing, terwijl
een wel uitgezaaide kanker meestal minder goede verwachtingen heeft.
De arts zal u vertellen wat u mag verwachten van de behandeling:
of er kans is op genezing, levensverlenging en / of het verminderen
van klachten. Hij zal u eerlijk informeren over uw situatie en is
ook (wettelijk) verplicht om dat te doen.
Als de behandeling in uw geval niet is gericht op genezing, maar
op levensverlenging of verlichting van de klachten, is het lastig
om wat te zeggen over de tijd die u nog te leven heeft. Artsen weten
dit ook niet precies. Heel in het algemeen over alle patienten in
uw situatie is wel iets te zeggen, maar dat wil niet zeggen dat
het in uw geval ook zo zal zijn. Het verschilt per patiënt.
Het hangt af van de reactie van de ziekte op de behandeling en uw
conditie. Artsen zijn om die reden vaak terughoudend in het doen
van een uitspraak over de tijd die een patient nog heeft.
“De longarts zei dat hij niet veel kon zeggen over de tijd
die ik nog zou hebben. Dat het er erg van af hing hoe ik zou reageren
op de behandeling. Dat hij er later meer over zou kunnen zeggen.
Het was voorlopig gewoon afwachten.”
Dhr Z., 46 jaar
Er zijn veel patienten die ook liever niet willen weten hoe lang
ze nog te leven hebben. Dat bericht is erg hard om te horen. Vaak
is het zo, dat mensen dit op het moment als ze horen longkanker
te hebben, nog niet aankunnen. Meestal willen zij het in de loop
van hun ziekte wel graagweten. Voor artsen is het lastig om in te
schatten of patienten wel of niets willen weten. Vooral ook omdat
ze de patient nog niet goed kennen. En ook daarom houden ze zich
op de vlakte. Vaak gaan ze er vanuit dat als patienten iets willen
weten, ze hier wel om zullen vragen. Als u dus niets vraagt, kan
het zijn dat de arts dit opvat als dat niet wil weten.
Voor veel patienten is het bericht longkanker te hebben zo ingrijpend,
dat ze niet meer goed horen wat de arts vertelt. Dat is een heel
natuurlijke reactie.
“We hebben lang bij de dokter gezeten. Mijn dochter vroeg
thuis wat er was gezegd. Ik zei: ‘Ik heb longkanker en word
behandeld.’ Maar verder wist ik niet meer.”
Dhr van der B., 61 jaar
Meestal herhalen artsen in een volgend gesprek wat ze hebben gezegd.
Als u er behoefte aan heeft, kunt daar ook om vragen. Het kan ook
helpen om iemand mee te nemen naar de gesprekken met de arts, bijvoorbeeld
uw partner, samen hoort u meer dan alleen. Ook kunt u vragen die
u heeft thuis opschrijven of vragen het gesprek op een cassettebandje
te mogen opnemen. (zie ook ‘kiezen voor de behandeling’)
Als u behandeld kunt worden en daarvoor kiest, breekt er een tijd
aan waarin al uw bezoeken aan het ziekenhuis in het teken van de
behandeling staan. Vaak is dit een drukke en intensieve tijd. Patienten
ervaren het vaak als prettig dat ze iets kunnen doen, dat ze kunnen
vechten tegen de ziekte.
“Die eerste was het minste. Thuis op de bank afwachten is
niets voor mij. Nu gebeurt er tenminste wat. Ik voel me door die
behandeling misselijk, maar het is toch beter dan niets doen.”
Dhr F., 58 jaar
De wanhoop over het slechte nieuws verdwijnt in die periode vaak
wat naar de achtergrond. De gesprekken met de longarts gaan ook
over de behandeling. Over de planning van de behandeling, de bijwerkingen
en onderzoek dat moet worden gedaan.
In de loop van de behandeling en direct daarna wordt (meestal) met
behulp van röntgenfoto’s en een CT-scan gekeken wat het
effect is van de behandeling. Vaak is dat goed zichtbaar en wordt
de witte vlek in de longen kleiner. Bij bepaalde soorten longkanker
kan deze zelfs helemaal verdwijnen. Dit is uiteraard voor patienten
heel goed nieuws, waar ze hoop uit putten. Ook de longarts is dan
tevreden over de behandeling.
Helaas hoeft dit goede resultaat van de behandeling niet te betekenen
dat u beter bent. Het is vaak zo dat er kankercellen in het lichaam
zijn achtergebleven, die weliswaar tijdelijk rustig zijn, maar na
kortere of langere tijd toch weer zullen uitbreiden. Het is meestal
niet zo dat artsen patienten er voortdurend aan herinneren, dat
dit zal gebeuren. Tijdens de behandeling wordt daar bijna niet over
gepraat. Vaak alleen als de patient hierover vragen stelt. Over
het algemeen vertellen artsen als de longkanker is ontdekt dat deze
ongeneeslijk is en komen ze daar pas op terug als de kanker terugkomt.
Dit doen ze omdat ze het al verteld hebben en denken dat de patient
het weet. Ze gaan er vaak vanuit dat de patient er zelf over zal
beginnen als hij dat wil. Maar ze doen het ook omdat ze de patient
willen sparen en soms omdat ze het moeilijk vinden om slecht nieuws
te vertellen. Het komt voor dat de patient op zijn beurt denkt dat
zijn situatie veranderd is nu de arts zegt tevreden te zijn over
de behandeling en niet meer over ‘niet genezen’ praat.
En zo kunnen gemakkelijk misverstanden ontstaan.
“De dokter had gezegd dat mijn man niet meer beter zou worden.
Maar de behandeling sloeg geweldig aan en iedereen was tevreden.
We dachten dat hij genezen was, nee, we wisten het eigenlijk zeker.
We dachten ook: ‘Ze doen al die moeite toch niet voor niks?’ Toen
de dokter op een dag zei: ‘Ik heb slecht nieuws, de kanker
is weer terug’, herinnerde ik me weer wat hij had gezegd.”
Echtgenote van patient, 59 jaar
Als u iets wil weten over uw ziekte of de behandeling is het goed
dat aan uw arts te vragen en niet af te wachten of hij daar uit
zichzelf over begint. Uw arts zal het prettig vinden als u met uw
vragen komt. Voor hem is het dan ook duidelijker wat u wilt weten.
Het is goed om te zeggen, dat veel patienten inderdaad ook liever
niet steeds willen horen dat hun toekomst er slecht uitziet, in
de zin dat ze waarschijnlijk niet willen genezen. Ze gaan zich daar
slecht door voelen. Vaak weten ze het ergens wel, maar vinden ze
het niet prettig om daar aan te worden herinnerd.
“Het was een enorme teleurstelling dat de kanker terugkwam.
Ik vond ook dat de dokter dat beter had moeten zeggen. Hij heeft
het ook wel gezegd, maar is er niet op teruggekomen. Maar later
dacht ik: ‘Als ik eerlijk ben is het beter zo. We hebben een
goede tijd gehad. Dat was minder geweest als ik steeds had geweten
dat de kanker toch terug zou komen. Je hebt toch hoop nodig. Anders
had ik ook geen kracht gehad om te vechten.”
Meneer F., 59 jaar
Het verschilt per patient of hij over zijn ziekte wil praten. Sommige
patienten hebben grote behoefte om dit te doen en anderen juist
helemaal niet. Het verschilt ook per patient met wie ze erover willen
praten. Het kan zijn dat ze dit het liefst doen met de mensen van
wie ze het meest houden, zoals hun partner en kinderen. Maar het
kan ook zijn dat ze het juist moeilijk vinden om het met hen te
bespreken, omdat ze daar erg verdrietig van worden of hun dierbaren
willen sparen. Soms vinden patienten het prettig om met mensen die
emotioneel wat verder van ze vandaan staan te praten, zoals een
kennis of de buurvrouw.
“Ik kon niet met mijn vrouw praten over mijn ziekte. Ze werd
daar zo verdrietig van. En daar kon ik helemaal niet tegen. Op een
dag kwam ik een collega tegen bij de bakker en met hem raakte ik
aan de praat. Het was heel raar, ik had hem jaren niet gezien, maar
ik vertelde alles. We hebben wel twee uur staan praten.”
Dhr R., 71 jaar
Het kan ook dat ze het liefst praten met mensen die verstand hebben
van de ziekte en om wie ze zich geen zorgen hoeven te maken, zoals
de longarts of een verpleegkundige.
Veel patienten vinden het prettig om met hun behandelend arts te
praten. Hij beschikt over informatie, is op de hoogte van de persoonlijke
situatie van de patient en wordt vaak als een vertrouwenspersoon
gezien. Artsen praten uiteraard met patienten over hun ziekte en
de behandeling, maar minder over niet-medische zaken zoals wat het
betekent om longkanker te hebben. Het is daarom goed om over niet-medische
zaken met iemand anders in uw omgeving of een andere hulpverlener
te praten.
|