Printvriendelijke versie

Mail het een vriend(in)
 

Artsen en andere hulpverleners

De verschillende hulpverleners

Als u ziek wordt en longkanker blijkt te hebben krijgt u te maken met artsen en andere hulpverleners. Het kan moeilijk zijn om al die mensen uit elkaar te houden en te onthouden wie nu precies wat doet.

“Toen ik was opgenomen in het ziekenhuis kwamen er de eerste dag zeker tien aan mijn bed en de daarop volgende dagen nog meer. Ze stelden zich keurig voor, maar ik wist niet meer wie nu wat deed. Ze hadden ook allemaal een witte jas aan!”
   Mevrouw K., 48 jaar

Hieronder zullen we proberen uit te leggen welke hulpverleners u tegen kunt komen, wat ze doen, wat u van ze kan verwachten en hoe ze samenwerken. Het is een heel algemene beschrijving, die misschien niet precies opgaat voor de hulpverleners waarmee u te maken krijgt. In ieder ziekenhuis werkt het weer een beetje anders. Bovendien geven niet alle hulpverleners op dezelfde manier invulling aan hun werk. Zo zal de ene arts zich vooral op de medische zaken richten en zal de andere arts ook tijd besteden aan de zorgen die u heeft over uw partner en kinderen. Mensen verschillen, dus artsen ook.

Huisarts
De eerste waarmee u te maken krijgt is waarschijnlijk uw huisarts. Naar hem gaat u als u klachten krijgt. Als deze aanhouden, verwijst de huisarts u door naar het ziekenhuis voor verder onderzoek. Als blijkt dat u longkanker heeft en u daarvoor wordt behandeld, heeft u daarna vooral te maken met de artsen in het ziekenhuis. Vaak verdwijnt de huisarts dan een beetje naar de achtergrond. De controles tussen de behandelingen en daarna vinden namelijk ook plaats in het ziekenhuis.

“Eerst zag ik de huisarts veel. Ik was steeds ziek en kwam op het spreekuur. Toen ik voor onderzoek naar het ziekenhuis ging en longkanker bleek te hebben, kwam hij een paar keer met ons praten. Maar daarna heb ik hem eigenlijk niet meer gezien. Ik moest steeds naar het ziekenhuis voor de chemotherapie en allerlei onderzoek. De artsen daar deden eigenlijk alles.”
   Dhr B., 62 jaar

Uw huisarts zal door de artsen in het ziekenhuis op de hoogte worden gehouden over uw situatie. Meestal gebeurt dit schriftelijk. Maar als er belangrijke dingen zijn, die snel moeten worden overgebracht, telefonisch. Het hangt van de huisarts en uzelf af hoeveel contact u met elkaar heeft. De ene huisarts zal uit zichzelf contact opnemen om te vragen hoe het gaat, de ander doet dat niet. Het kan zijn dat u het contact onderhoudt, omdat u het prettig vindt met hem over uw ziekte en de behandeling te praten. Dan zal u zo nu en dan een afspraak maken.

”Wij hebben een goed contact met de huisarts en komen al jaren bij hem. Vooral mijn vrouw had behoefte om met hem te praten over alles wat er gebeurde. We gingen daarom regelmatig naar hem toe en hij kwam ook wel eens bij ons aan. Dat is heel prettig. Hij kan ons ook nog eens uitleggen hoe het allemaal zit.”
   Dhr L., 51 jaar

Als de longkanker niet meer kan worden behandeld, zullen de ziekenhuisbezoeken sterk afnemen. Dan wordt de huisarts de belangrijkste arts. Hij is beter op de hoogte van de zorg in die fase en kent uw gezin meestal beter, dan de artsen in het ziekenhuis. Daarbij woont u dichter in de buurt van uw huisarts dan het ziekenhuis, dus het is ook makkelijker. Uw huisarts kan u ook helpen met het regelen van zorg thuis als dat nodig is. Hij kan bijvoorbeeld de wijkverpleging of thuiszorg inschakelen. Ook kan hij u in contact brengen met het maatschappelijk werk.

Longarts
In het ziekenhuis krijgt u te maken met de longarts. Hij is vrijwel altijd uw behandelend arts. Dat betekent dat hij voor u het belangrijkste is. Andere artsen worden door de longarts om advies gevraagd en brengen aan hem verslag uit. Hij beslist dan (samen met u) wat er gaat gebeuren. Soms is de longarts gespecialiseerd in longkanker, maar het kan ook dat hij een algemene longarts is die alle longziekten behandeld.
Bij de longarts komt u regelmatig op het speekuur in de polikliniek. Hij zal u steeds inlichten over uw ziekte en de behandeling. Ook zal hij regelmatig controleren hoe het met u gaat. Door middel van lichamelijk onderzoek (zoals naar de longen luisteren), röntgenfoto, CT-scans en ander onderzoek (bijvoorbeeld een bronchoscopie) te laten verrichten.
De longarts is er vooral om uw longkanker te behandelen. Dat betekent niet dat hij daar alleen met u over zal praten. Uiteraard zal hij ook vragen hoe het verder met u gaat en of u het allemaal aankan. Maar hij is en blijft arts, en zijn taak is om medische zorg te geven. Veel longkankerpatiënten hebben het moeilijk met het verwerken van hun ziekte of zorgen over hoe thuis moet. Als u dit soort niet-medische problemen heeft waarbij u graag hulp wilt, is het beter om daarvoor naar een andere hulpverlener te gaan. U kunt dit met uw longarts bespreken. Hij zal u adviseren bij wie u het beste terecht kan.

“Mijn man heeft longkanker met uitzaaiingen en kan niet worden genezen. Wij hebben vier kleine kinderen en maken ons erge zorgen over hoe we het moeten redden. We hebben het daar met de longarts over gehad. Hij zei dat hij begreep dat we er erg mee zaten, maar dat hij ons daarbij niet goed kon helpen. Hij dacht dat we dit het beste met de huisarts of een maatschappelijk werker bij ons in de buurt konden bepraten. Hij heeft de huisarts gebeld om hem in te lichten.”
   Echtgenote van patiënt, 42 jaar

Het hangt van het ziekenhuis af hoe vaak u bij dezelfde longarts op het spreekuur komt. Vaak zijn er een aantal longartsen werkzaam in het ziekenhuis. Er wordt geprobeerd u in te delen bij dezelfde arts, maar dat is niet altijd mogelijk.
In veel (grotere) ziekenhuizen worden artsen opgeleid tot longarts en zult u regelmatig een longarts-in-opleiding op het spreekuur zien. Deze worden begeleid door een ervaren longarts. Vaak werken deze artsen-in-opleiding voor een aantal maanden op de polikliniek en gaan ze daarna weer iets anders doen. Dat betekent dat u regelmatig met andere artsen te maken krijgt. Meestal is hier weinig aan te doen. Als u het erg vervelend vindt, kunt u uiteraard wel vragen of het mogelijk is om bij een bepaalde arts op het spreekuur te komen.

“Wij kwamen meestal bij dokter G., dat is onze dokter. Toen een tijdje bij dokter H., die was ook wel aardig maar toch anders. En toen kregen we dokter de V., die zei dat hij de komende maanden onze dokter zou zijn. Ik vroeg: ‘Waar is dokter H.?’ Die werkte nu ergens anders. En daarna kregen we dokter W. Daar hadden we toch wel moeite mee: weer iemand anders. Ik heb toen gezegd: ‘Het is niet persoonlijk bedoeld, maar ik wil graag weer bij dokter G. Die kent ons en dat praat toch fijner.’ Nu hebben we gelukkig meestal dokter G..”
   Dhr B., 62 jaar

Wanneer u wordt opgenomen op de verpleegafdeling kunt u te maken krijgen met de longarts die u kent van de polikliniek. Het kan ook zijn dat er andere longartsen op de verpleegafdeling werken. In grote, academische ziekenhuizen is dat vaak het geval. De longarts van de polikliniek komt wel langs als het nodig is en heeft contact met de longarts van de verpleegafdeling. Op de verpleegafdeling werkt een zaalarts, die dagelijks bij u langskomt. Meestal is dit een assistent, die wordt begeleid door een ervaren longarts.
Zowel op de polikliniek als de verpleegafdeling kunt u te maken krijgen met co-assistenten. Dit zijn studenten geneeskunde die bijna zijn afgestudeerd en stage lopen. Zij zullen u vragen stellen en u onderzoeken.

Andere medische specialisten
Naast de longarts kunt u te maken krijgen met andere medische specialisten. Meestal worden die door de longarts ingeschakeld en brengen die aan hem verslag uit. We noemen een paar:

  • Als uw longkanker wordt bestraald krijgt u te maken met een radiotherapeut ofwel een bestralingsarts. Hij zal u begeleiden met alles wat met de bestralingen te maken heeft. Meestal gebeurt dat op een bestralingsafdeling in de polikliniek.
  • Als u wordt geopereerd komt u onder behandeling van de afdeling chirurgie en krijgt te maken met de thoraxchirurg. Dit is een chirurg die gespecialiseerd is in operaties van de borstkas.
  • Het kan zijn dat u te maken krijgt met een medisch oncoloog. Dit is een arts die gespecialiseerd is in kanker in het algemeen ofwel kanker op alle plaatsen in het lichaam.
  • Ook kan het zijn dat u wordt behandeld door een neuroloog, een arts die gespecialiseerd is in het zenuwstelsel. Hij kan bijvoorbeeld nagaan of er uitzaaiingen zijn in de hersenen.

Verpleegkundigen
Afhankelijk van het ziekenhuis waar u behandeld wordt, komt u in aanraking met verpleegkundigen met een verschillend takenpakket.

Als de behandelingen en onderzoeken worden gegeven in de kliniek wordt u opgenomen op de oncologie/longafdeling.
Daar treft u oncologieverpleegkundigen die u zullen bijstaan in het verwerken van uw ziekte, de voorlichting t.a.v. de ziekte, onderzoeken en de behandelingen.
Ze dienen de voorgeschreven medicatie toe, houden toezicht tijdens de infuustherapie, maar zijn ook in staat u en uw naasten te begeleiden.
U kunt hen vragen stellen op medisch en verpleegkundig gebied.
Zij kunnen u adviseren hoe om te gaan met bijwerkingen die ontstaan t.g.v. onderzoek en behandelingen. Daarnaast regelen ze voor u de controleafspraken bij uw behandelend specialist.

De verpleegkundig specialisten en nurse practioners: deze werken meer coördinerend. U ziet hen vaak als eerste op de polikliniek, waar u van de arts de diagnose te horen krijgt. Zij zorgen voor de toelichting op de door de arts gegeven voorlichting en geven u informatiemateriaal mee naar huis, zodat u dit thuis op uw gemak kunt nalezen.
Ze begeleiden u in de tijd tussen de behandelingen en hebben verpleegkundige spreekuren, waar u voor uw klachten en vragen terecht kunt. Ook op psychosociaal gebied. Eventueel kunt u door hen worden doorverwezen naar een andere hulpverlener.
Bij lichamelijke klachten is het mogelijk dat u door hen lichamelijk wordt nagekeken, bloed wordt afgenomen en/of foto’s worden gemaakt. Als naar aanleiding hiervan actie moet worden ondernomen, dan gebeurt dit in overleg met uw behandelend specialist.
De verpleegkundig specialisten en nurse practioners zijn steeds telefonisch te bereiken.

Andere hulpverleners in het ziekenhuis
Als u longkanker heeft, komt het regelmatig voor dat u daarnaast andere zorgen en problemen heeft. U en uw naasten moeten verwerken dat u een ernstige ziekte heeft waardoor uw leven en soms ook de toekomst er anders uit gaan zien. Het kan zijn dat u daar veel moeite mee heeft en het niet kan aanvaarden. Er kunnen in uw relatie in uw relatie en binnen uw gezin grote spanningen onstaan, of er kan sprake zijn van praktische problemen, bijvoorbeeld op het werk, financieel, in het huishouden of met de kinderen. In het ziekenhuis werken allerlei mensen die u daarbij kunnen helpen.
Het maatschappelijk werk kan u bij veel van de eerder genoemde praktische zaken helpen. Maar zij bieden ook hulp bij het regelen van zorg buiten het ziekenhuis, zoals thuiszorg en het aanvragen van een plaats in het verpleeghuis. Zij kunnen ook met u op een rijtje zetten wat in uw geval een goede oplossing is.
Verder werken er medische psychologen. Deze zijn er vooral ter ondersteuning van psychologische problemen, zoals het verwerken van uw ziekte.
En dan zijn er geestelijke verzorgenden, zoals een dominee, pastor of humanistisch raadsvrouw/man. Met hen kan u over uw levensvragen praten. Zij verzorgen ook de (kerk)diensten waar u naartoe kunt gaan.
Soms komen deze mensen langs om hun hulp aan te bieden. Het kan zijn dat op een verpleegafdeling een vaste maatschappelijk werker of geestelijke verzorger werkt, die bij alle patienten langs gaat om zich voor te stellen. Maar soms moet u er ook zelf om vragen. Het kan ook dat een arts of verpleegkundige voorstelt bepaalde hulp in te schakelen.
Er zijn natuurlijk nog veel meer mensen in het ziekenhuis werkzaam. Teveel om allemaal op te noemen. Een paar als voorbeeld: de voedingsassistenten, schoonmaakdienst, beddenrijders, vrijwilligers en mensen die assisteren bij allerlei onderzoek.

                      © longkanker informatiecentrum 2010 
naar bovennaar bovenkant pagina