Printvriendelijke versie

Mail het een vriend(in)
 

Longkanker algemeen

Het kleincellige longkanker

Wat is kleincellige longkanker?
Longkanker kan kleincellig of niet-kleincellig zijn. Ongeveer 20% van de gevallen van longkanker is kleincellig. Deze vorm van kanker kenmerkt zich door hele kleine, kwetsbare cellen die zich bijzonder snel delen. Hierdoor kunnen zij zich razendsnel door het lichaam verspreiden. Vaak is kleincellige longkanker dan ook al uitgezaaid op het moment dat klachten ontstaan. De behandeling van kleincellig longkanker is volkomen anders dan bij niet kleincellige longkanker. In de meeste gevallen zal er niet operatief worden ingegrepen, maar wordt er behandeld door middel van radiotherapie (bestraling) en chemotherapie.

De symptomen
De klachten of symptomen van longkanker worden niet alleen veroorzaakt door de tumor zelf, ook de eventuele uitzaaiingen door het lichaam en hun invloed op de werking van andere organen, kunnen klachten veroorzaken.
Klachten die als direct gevolg van de tumor ontstaan, zijn bijvoorbeeld: hoesten, opgeven van bloed bij het slijm, kortademigheid met soms een piepende ademhaling en herhaaldelijk optredende ontstekingen van de luchtwegen.
Ook als gevolg van de uitzaaiingen kunnen diverse klachten of symptomen optreden. Door vergrote lymfklieren kan een dichtdrukken van de holle bovenste lichaamsader optreden (vena cava superior syndroom) gekenmerkt door uitgezette aderen in de hals, opgezet gelaat en armen en klachten van hoofdpijn en pijn en stuwing in het hoofd bij het voorover bukken. Heesheid kan een gevolg zijn van het kapot gaan van de zenuw die naar de stemband gaat door druk van vergrote lymfeklieren of door de tumor zelf. Pijn in de borstkas kan optreden door ingroei in de borstwand. Slikklachten kunnen ontstaan door vergrote lymfeklieren die de slokdarm dicht drukken.
Omdat deze tumor zich snel uitzaait door het lichaam, kunnen ook klachten elders in het lichaam optreden. Botpijnen zowel in de rug als in de armen of benen berusten op uitzaaiingen in het bot. Hoofdpijn kan berusten op uitzaaiingen in de hersenen. Uitzaaiing in de lever kan pijn geven maar ook verantwoordelijk zijn voor geelzucht.
De tumorcellen kunnen ook een soort stoffen afscheiden, of endocriene klieren (klieren die bepaalde stoffen aanmaken of afgeven) beïnvloeden. Hierdoor kan bijvoorbeeld een laag natrium gehalte in het bloed ontstaan en het kalkgehalte in het bloed kan worden verhoogd. Ook kunnen er symptomen optreden die passen bij vervrouwelijking van de man zoals borstontwikkeling en verlies van het mannelijk beharingpatroon.

Onderzoek naar longkanker
Als er een vermoeden bestaat dat iemand mogelijk longkanker heeft, moeten er heel wat onderzoeken plaatsvinden. Met deze onderzoeken wil men erachter komen of er inderdaad sprake van een tumor is, hoe groot deze tumor is en welke behandelingen in aanmerking komen.
De arts begint met het afnemen van een anamnese (het stellen van gerichte vragen) om te achterhalen of de symptomen inderdaad in de richting van een kwaadaardige aandoening van de longen wijzen. Ook moet er worden vastgesteld of er nog andere gezondheidsproblemen zijn, met name van het hart en de longen. Er volgt een lichamelijk onderzoek waarbij er op gelet wordt of er vergrote klieren gevoeld kunnen worden, of er een vergrote lever is en of er andere tekenen zijn die kunnen wijzen op uitzaaiingen. Een longfoto wordt gemaakt om te kijken of er afwijkingen zijn, zoals een tumor en vergrote klieren, en vocht tussen de longvliezen.
Met behulp van een CT-scan wordt de plaats en de relatie tot de omliggende weefsels van de tumor duidelijker evenals het wel of niet aanwezig zijn van vergrote lymfeklieren. Gelijktijdig worden opnamen gemaakt van de lever en de bijnieren. De bronchoscopie (kijken in de luchtweg met een buigbare slang) maakt het mogelijk materiaal te krijgen voor pathologisch onderzoek.

Na de diagnose
Blijkt er inderdaad sprake te zijn van een kleincellige longkanker dan moet er meer onderzoek volgen. Bij het kleincellige longkanker gaat men er vanuit, gezien de snelle groei en de neiging om zich uit te zaaien door het lichaam, dat er sprake is van een uitgebreide ziekte (extensive disease) tot het tegendeel bewezen is. Gebruikelijk is om naast de CT-scan van de borstkas en bovenbuik een onderzoek naar de toestand van het skelet te doen door middel van een skeletscan (een onderzoek met behulp van een radioactieve stof) en onderzoek te doen of er uitzaaiingen zijn in het centraal zenuwstelsel doormiddel van een CT-scan van de hersenen. Door middel van laboratorium onderzoek worden eventuele uitzaaiingen opgespoord en wordt nagegaan of er afwijkingen zijn wat betreft het zout (natrium) gehalte en kalk (calcium) gehalte. Belangrijk is ook de meting het aantal witte bloedlichaampjes (leukocyten) en bloedplaatjes (thrombocyten) vanwege de mogelijke behandeling met cytostatica.
Welke rol de PET-scan speelt in de diagnostiek van het kleincellig longkanker is op dit moment nog onduidelijk.

De behandeling
Het voorgaande onderzoek is bedoeld om vast te stellen of er sprake is van beperkte (limited disease) of uitgebreide ziekte (extensive disease).
Wanneer er sprake is van zeer kleine tumor zonder tekenen van uitzaaiing volgt chirurgische behandeling waarbij de tumor met omringend weefsel wordt verwijderd, gevolgd door behandeling met chemotherapie. Dit laatste gebeurt om eventuele zeer kleine uitzaaiingen, die met de onderzoeken niet zijn te vinden, uit te roeien. Vaak wordt de diagnose kleincellige longkanker pas na de operatie gesteld.
Is chirurgische verwijdering van de tumor niet mogelijk, omdat er te veel uitzaaiingen zijn, is volgt behandeling met chemotherapie. Meestal gaat het hierbij om 6 kuren van een combinatie van verschillende celdodende geneesmiddelen. Als de ziekte beperkt is tot de borstkas en er een goede reactie op de chemotherapie is, dan volgt radiotherapie (bestraling) op de tumor en klieren in de borstkas en op het hoofd. Dit laatste is nodig, omdat geneesmiddelen niet goed doordringen in de hersenen en eventueel aanwezige microscopisch kleine uitzaaiingen daar niet worden uitgeroeid. (zie verder: Chemotherapie).

Overlevingskansen
Bij inschatten van overlevingskansen wordt altijd uitgegaan van gemiddelden. Dat zegt dus weinig over hoe het u zal vergaan. Als u graag overlevingscijfers van klein-cellige longkanker wilt zien, klik dan hier.

Uitgebreidere informatie zie:
- folder KWF Kankerbestrijding Longkanker (http://www.kwfkankerbestrijding.nl/index.jsp?objectid=14830)
- folder KWF Kankerbestrijding Chemotherapie http://www.kwfkankerbestrijding.nl/index.jsp?objectid=14816)

Internet:
- www.oncoline.nl
- www.diagnose-kanker.nl
- www.kankerbestrijding.nl

                      © longkanker informatiecentrum 2005  
naar bovennaar bovenkant pagina