Leven met longkanker
Omgaan met benauwdheid
Op deze pagina:
- Oorzaken van
benauwdheid
- Dagelijkse activiteiten
- Praktische tips
- Benauwdheid het hoofd
bieden
Oorzaken van benauwdheid
Er zijn vele mogelijke oorzaken van benauwdheid. Laat medische
experts de oorzaak en de juiste behandeling daarvoor vaststellen.
Ga er niet automatisch van uit dat benauwdheid nou eenmaal bij
longkanker hoort en dat er niets aan gedaan kan worden.
Mogelijke
oorzaken:
- bloedarmoede, chemotherapie of slechte voedselopname;
- een oude of aanwezige infectie op de borst;
- radiotherapie, die littekens op de behandelde long kan
achterlaten die tot milde benauwdheid kunnen leiden;
- operatie, waarbij (een gedeelte van) een long verwijderd
is;
- vocht op de longen door kanker of een infectie;
- een kleine luchtweg of slagader die gedeeltelijk geblokkeerd
is;
- eerder bestaande luchtwegproblemen als astma;
- pijn die het ademen bemoeilijkt;
- angst, paniek, boosheid en opwinding;
- vermoeidheid.
Dagelijkse activiteiten
Wat in de dagelijkse activiteiten belangrijk is, verschilt van
persoon tot persoon. Benauwdheid kan moeilijkheden geven bij het
vervullen van die activiteiten. In dit hoofdstuk proberen we adviezen
te geven die die moeilijkheden kunnen verminderen.
Het belangrijkste is:
- Prioriteiten stellen
- Vooruit denken
- Rustig aan doen
Prioriteiten stellen
Trek tijd uit om na te gaan wat belangrijk is. Dat kan van dag tot
dag verschillen. Het kan zijn dat u niet alles wat u wilt binnen
een dag kunt doen, bewaar uw energie voor de dingen die er toe
doen.
Het kan helpen om af en toe sommige taken aan anderen over te laten.
Laat bijvoorbeeld een ander de was doen, zodat u energie heeft om
met vrienden koffie te drinken.
Vooruit denken
Plan u activiteiten zo, dat u kunt bereiken wat u wilt zonder oververmoeid
of buiten adem te raken. Sommige momenten van de dag lenen zich
beter voor activiteiten dan andere. Zorg dat u voldoende rust
inbouwt en niet te veel op een dag plant.
Neem wat meer tijd als u een afspraak buiten de deur hebt, bedenk
bijvoorbeeld of er een goed bereikbare parkeerplaats is. Daardoor
kunt u zich meer ontspannen en genieten van uw afspraak.
Probeer elke activiteit zo efficient mogelijk te plannen. Zo voorkomt
u dat u nodeloze energie verspilt.
Rustig aan doen
Zorg voor een balans gedurende de dag door perioden van activiteit
af te wisselen met rust. Aarzel ook niet om tijdens een activiteit
rust in te bouwen om te voorkomen dat u het benauwd krijgt. Wees
niet bang om hulp te krijgen als dat mogelijk maakt dat u meer
geniet van de dingen die voor u of uw familie belangrijk zijn.
Onthoudt: neem een adempauze als het nodig is!
Praktische tips
Opstaan
Neem de tijd bij het opstaan. Zit eventjes op de rand van het bed,
misschien hoeft u zich niet meteen aan te kleden en kunt u beter
eerst koffie of thee drinken.
Bij het wassen en aankleden gunt u zichzelf alle tijd. Het is makkelijker
om deze dingen zittend te doen en voorover buigen te vermijden.
Bij het aantrekken van sokken en schoenen kan een schoenlepel nuttig
zijn of kunt een familielid vragen om u te helpen. Ook loszittende
kleding is vaak makkelijker om aan te trekken en beter voor de ademhaling.
Een arbeidstherapeut of fysiotherapeut kan u adviseren bij verschillende
methoden van aankleden of bij het gebruik van hulpmiddelen.
Douchen, baden
Douchen of baden kan veel van uw energie vragen. Bedenk daarom het
volgende
- zorg dat het water niet te heet is en de badkamer vult met
stoom;
- neem zittend een douche, zeker als u de neiging heeft duizelig
te worden;
- laat een grijpstang in de douche monteren om u aan vast te
houden als dat nodig is;
- zorg dat u ergens kunt zitten om u af te drogen of gebruik
een badjas die vocht opneemt.
Er zijn veel douche- en badhulpmiddelen. Vraag het uw arbeidstherapeut.
Werkzaamheden in en rond het huis
Richt uw huis zo in, dat alles wat u gedurende de dag nodig heeft
makkelijk bereikbaar is. Vermijd bukken en strekken zo veel mogelijk.
Het is bijvoorbeeld beter om zittend de wasmachine te vullen of
leeg te halen. Een speciale grijpstok kunt u gebruiken om dingen
van de vloer mee te pakken, bijvoorbeeld de post bij de voordeur.
Gebruik in de keuken het aanrechtblad of de tafel om voorwerpen
te verplaatsen. Een verrijdbaar dienblad is nuttig om dingen van
de ene kamer naar de andere mee te nemen. Een thermoskan en schoudertas
kunt u gebruiken om thee of koffie in te vervoeren en zo beide handen
vrij te houden.
Doe alles zoveel mogelijk zittend. Gebruik bijvoorbeelde een hoge
zitkruk bij het aanrecht zodat u ondersteuning heeft als u huishoudelijk
werk doet.
Vermijd onnodig traplopen door alles wat u op een dag nodig heeft
de eerste keer ’s morgens al mee naar beneden te nemen.
Het is verstandig om bed en stoelen op de juiste hoogte te (laten)
brengen, zodat u niet onnodig energie gebruikt om op te staan. Een
hogere toiletzitting of grijpstang om u aan op te trekken kan in
het toilet nuttig zijn.
Sociale activiteiten
Denk er aan vooruit te denken als u een avondje of een dagje uit
plant. Als de plaats onbekend is, zie er dan achter te komen waar
parkeerplaatsen, liften of andere transportmogelijkheden zijn.
Informeer of er een rolstoel beschikbaar is, als u die nodig heeft.
Soms is de lucht te droog, het is dan prettig een fles water of
snoepjes bij de hand te hebben. Zware boodschappen kunt u het beste
in een boodschappenwagentje of rugzak vervoeren.
Als u moeite hebt met ademhalen bij dagelijkse activiteiten als
lopen, baden, aankleden etc. kunt u soms in aanmerking komen voor
financiële steun of een invaliden-parkeervergunning.
Dieet
Als u te veel afvalt is het beter om meerdere keren verspreid over
de dag kleine maaltijden en tussendoortjes te nemen. Kijk of iemand
uw maaltijden kan bereiden en houdt tussendoortjes binnen handbereik.
Ook kan het stimuleren als u samen met anderen eet.
Een dietist kan u informeren over voedingssuplementen als uw trek
of energie niveau te laag zijn.
Rolstoel
Soms kan een rolstoel handig zijn. Maar laat een deskundige beoordelen
wat u nodig heeft. Het Groene Kruis of de Thuiszorg leent voor
kortere perioden rolstoelen uit.
Extra zuurstof
Niet alle benauwdheid is het gevolg van gebrek aan zuurstof. Hoewel
extra zuurstof soms een goede behandeling is, helpt het niet altijd
en is er het risico er afhankelijk van te worden. Een medicus
is de enige die kan beoordelen of u extra zuurstof nodig heeft.
Een goed geventileerde kamer, open ramen of een ventilator bereikt
vaak hetzelfde effect als extra zuurstof.
Benauwdheid het hoofd bieden
Benauwdheid is voor de meeste mensen frustrerend en soms zelfs
beangstigend. Helaas verergeren angsgevoelens ook de benauwdheid.
Het is daarom goed om angst en paniek te leren beheersen.
Angst is een normale reactie van het lichaam als we ons bedreigd
voelen. Het kan zich op de volgende manieren uiten:
- snel ademhalen, druk op de borst, kort ademhalen;
- spierspanning, trillen, schudden;
- zweten, koude en klamme handen;
- versnelde en verhevigde hartslag, soms onregelmatig;
- licht in het hoofd, duizelig, flauw;
- droge mond, vlinders in de buik, misselijkheid.
Als u het al benauwd heeft, kunnen angsgevoelens dit erger maken.
Sommige mensen melden een duidelijk verband tussen sneller adem
halen en vergroten van angstgevoelens. Soms kan dit tot paniekaanvallen
leiden.
Hoewel ademhalen een automatisch proces is, is het mogelijk om met
oefening het ademhalen onder controle te krijgen en daarmee ook
meer greep te krijgen op angstgevoelens.
Dat kan op de volgende manieren:
1. Leren controle te krijgen over de ademhaling
Benauwdheid leidt tot sneller ademhalen. Daardoor ontstaan angst,
spierspanningen in schouders en borst, waardoor het nog meer moeite
kost om adem te halen. Soms wordt de ademhaling te ondiep en krijgen
de longen daardoor te weinig zuurstof, wat het gevoel van benauwdheid
verergert.
De eerste stap is om u meer bewust te worden van uw ademhalingspatroon.
Let op situaties waar uw ademhaling te snel en te ondiep is: te
snel spreken, oefeningen doen, stress of opwinding.
Houding
Zorg dat u gemakkelijk staat of zit, zodat de borst en schouders
zich kunnen ontspannen. Daardoor kunnen uw buik en maag zich bij
het ademhalen uitzetten.
U kunt uw ademhalingspatroon verbeteren door een hand op uw borst
te leggen. Zorg dat alleen uw buik zich uitzet bij het inademen,
en weer terugveert bij het uitademen. Probeer een regelmatig, rustig
ritme te krijgen, tellen kan daarbij helpen. Inademen gaat door
de neus en uitademen door de mond.
Deze oefening doet u in eerste instantie zittend in een gemakkelijke
stoel of op bed. Als u meer geoefend bent, kunt u het ook proberen
in andere houdingen.
Ademhalingsoefeningen
Rustige ademhaling
Het doel is frisse lucht binnen te krijgen en gebruikte lucht zo
veel mogelijk uit de longen te verwijderen. Stel u voor dat het
uitademen twee keer zo langzaam gaat als het inademen. Probeer
de schouders en borst te ontspannen en zoveel mogelijk vauit de
buik te ademen.
A. uitzetten van de flanken
Plaats uw handen aan beide kanten in uw zij, tegen de onderste ribben.
Adem door de mond uit en laat de ribben zoveel mogelijk naar binnen
gaan. Adem nu in door de neus en voel de ribben zich tegen uw
handen uitzetten. Adem weer rustig uit en begin overnieuw. Herhaal
deze oefening 5 of 6 maal.
B. uitzetten van de maag
Ontspan uw borst en schouders. Plaats
uw vingers zacht op uw maag en de onderste ribben. Adem rustig uit
door de mond, voel de ribben
naar beneden en naar binnen gaan. Adem in door uw neus en voel de
ribben en maag zich uitzetten onder uw vingers als de lucht naar
binnen stroomt. Adem weer rustig uit. Herhaal deze oefening 5 of
6 maal.
Het is een goed idee om deze oefeningen regelmatig gedurende de
dag te doen, bijvoorbeeld elke 2 uur. Het goed en rustig ademhalen
wordt dan een gewoonte en kan helpen als u het benauwd heeft.
Hoesten kost veel energie. Probeer alleen te hoesten als u ook
slijm kunt ophoesten en uitspugen
2. Leren ontspannen
Een normale reactie op angsgevoelens is spierspanning, zoals opgetrokken
schouders, gebalde vuisten of een knoop in uw maag. Als u zich
leert ontspannen krijgt u ook meer controle op angstgevoelens
en benauwdheid.
Om te beginnen is het goed om u bewust te worden waar in uw lichaam
u spierspanning opbouwt. Meestal is dat in de nek, schouders en
rug.
Onderstaande oefeningen helpen u te leren zich te ontspannen. Ze
duren samen ongeveer 20 minuten. Doe ze in het begin tenminste eenmaal
per dag, zittend in een gemakkelijke stoel of op bed. Zorg dat u
niet gestoord wordt.
Diepe ontspanning bereikt u door beurtelings verschillende spiergroepen
enkele seconden aan te spannen en weer te ontspannen. Zo wordt u
zich bewust van het verschil tussen de aangespannen toestand en de
ontspannen toestand. Span en ontspan elk spiergroep twee keer voordat
u naar
de volgende gaat.
Begin de reeks door met uw ogen dicht een langzaam, ontspannen ademhalingsritme
te krijgen. Voel dat u met elke ademhaling meer ontspannen raakt.
Het beste doet u de oefeningen met uw ogen dicht.
Handen en polsen: bal uw handen tot vuisten. Voel de spanning en
laat weer los. Voel het verschil tussen de spanning en de ontspanning.
Herhaal.
Armen: buig uw armen door uw handen naar
uw schouders te brengen, voel de spanning en span nog extra
aan. Houdt een paar seconden
vol – en ontspan. Herhaal.
Schouders: haal uw schouders zo hoog mogelijk
op. Houdt de spanning vast – en ontspan. Laat uw schouders
vallen en voel het verschillen tussen de spanning en de ontspanning.
Wees u bewust
dat uw handen,
polsen, armen en schouders nu ontspannen en zwaar aanvoelen. Herhaal.
Nek: druk uw hoofd naar achteren tegen het bed of de leunstoel
en voel de spanning. Houdt de spanning een paar seconden vast – en
ontspan. Herhaal.
Gezicht: knijp uw wenkbrauwen samen, doe
uw ogen dicht, maak een frons en houdt die spanning even vast – en
ontspan. Klem nu uw kaken op elkaar, voel de spanning in uw
mond en kaken.
Druk uw
tong tegen uw verhemelte, houdt de spanning enkele seconden vast
- ontspan. Herhaal.
Borst en buik: zet uw borst uit terwijl
u uw rug kromt, houdt die positie een paar seconden vast – laat los en voel de spieren
in uw borst zich ontspannen. Ga door met regelmatig en rustig ademhalen.
Trek vervolgens uw buik in en houdt dat een paar seconden vol – ontspan.
Herhaal.
Benen: druk uw tenen naar beneden en strek
uw benen. Voel de spanning voor een paar seconden – en
ontspan. Herhaal.
Als u deze reeks afgewerkt heeft, blijft u met de ogen dicht langzaam
en regelmatig ademhalen, terwijl u geniet van de ontspanning.
Denk aan iets prettigs of moois. Als u er aan toe bent weer te
bewegen telt u langzaam van drie naar een en opent u uw ogen.
Sta rustig op en probeer zo lang mogelijk in deze ontspannen toestand
te blijven.
3. Angstige gedachten
Hoewel u zich misschien angstig voelt als u het benauwd heeft, is het belangrijk
om dat niet erger te maken met angstige gedachten. Probeer kalm te blijven
door uw ademhaling onder controle te houden en uzelf voor te houden te ontspannen.
Besef dat u uw angst onder de duim houdt door uw ademhaling te regelen. Probeer
afleiding te krijgen door aan iets plezierigs te denken of door iets plezierigs
te doen.
4. Angst en uw gedrag
Hoewel het verleidelijk is om situaties waar u angstig bent te vermijden,
kan dat op den duur uw zelfvertrouwen schaden. Zulke situaties
blijven angstig tenzij u leert omgaan met de stress die ze opwekken.
U kunt proberen om zulke situaties stukje bij beetje het hoofd
te bieden met de technieken die hierboven beschreven zijn.
5. Omgaan met acute angst
Soms kan acute angst u overvallen. Het is belangrijk te onthouden
dat deze aanvallen vanzelf overgaan als u ze niet erger maakt
met bangmakende gedachten. Blijf kalm, probeer te ontspannen,
haal langzaam adem. Onhoudt dat angst kan komen, maar ook weer
zal gaan.
Bron: "Lung Cancer - A Practical Guide to Breathlessness"
Uitgave van Roy Castle Lung Cancer Foundation, Great Britain |