Printvriendelijke versie

Mail het een vriend(in)
 

Leven met longkanker

Op deze pagina:
- Vertellen over uw ziekte
- Iedereen verwerkt het op
   eigen manier

- Omgeving
- Op het werk
- Lotgenoten

Wat vertel ik mijn omgeving?

Als u longkanker hebt is het goed om het de mensen in uw omgeving eerlijk te vertellen. Dit geld zeker voor de mensen waarvan u veel houdt – zoals uw partner en kinderen - in het geval dat uw ziekte ongeneeslijk is. Uiteindelijk komen ze het toch te weten, maar dan het nog moeilijker zijn om het te verwerken.
Ieder mens verwerkt de ziekte op zijn eigen manier. Zo wil de één er veel over praten en de ander helemaal niet. Het kan heel goed dat u, uw partner en kinderen anders reageren. Het kan moeilijk zijn om dit te begrijpen en ook spanningen opleveren. Probeer elkaar zoveel mogelijk de ruimte te geven en respecteer elkaar in de manier waarop u met de ziekte omgaat.
Ook andere mensen in uw omgeving kunnen verschillend reageren op uw ziekte. Het kan zijn dat ze niets van zich laten horen. Vaak komt dit omdat ze niet weten hoe ze moeten reageren. Een manier om dit op te lossen, is om zelf het initiatief te nemen. Het kan ook zijn dat de mensen in uw omgeving teveel contact zoeken en u geen rust krijgt. Voor anderen is het vaak moeilijk om te bepalen wat voor u prettig is. Probeer daarom aan te geven hoe u het graag zou willen. Duidelijkheid is vaak het prettigst voor iedereen.
Vertel ook de mensen op uw werk eerlijk over uw ziekte. Zo ontstaan er geen verwachtingen die u later misschien niet kunt waarmaken en waardoor spanningen kunnen ontstaan.

Vertellen over uw ziekte
Als u gehoord heeft dat u longkanker heeft, moet u allerlei mensen op de hoogte stellen van uw ziekte. Uw familie, vrienden, kennissen, collega’s op het werk en de leerkrachten op de school van uw kinderen. Sommige patiënten hebben hier weinig moeite mee. Andere mensen vinden het daarentegen heel moeilijk. Dat kan komen omdat ze zelf pas kort weten dat ze ziek zijn en het nog moeten verwerken. Of omdat ze het confronterend vinden om over hun ziekte en de toekomst te praten. Veel patiënten worden daar emotioneel van.

“In het begin kon ik niet over mijn ziekte praten. Ik begon direct te huilen als ik erover sprak.”
  Dhr H., 56 jaar

Soms spelen ook gevoelens van schaamte een rol en is er de angst niet meer voor vol aan te worden gezien. Het is heel begrijpelijk als u moeite heeft om te vertellen wat er aan de hand is. Het is veel makkelijker en prettiger om te zeggen dat het goed gaat, dan dat het niet goed gaat.
De meeste patiënten vinden het extra moeilijk om de mensen waarvan ze veel houden - zoals hun partner, kinderen en ouders – te vertellen over hun ziekte. Ze willen hen geen verdriet doen en vertellen daarom soms niet de hele waarheid. Dat is vooral het geval als de longkanker ongeneeslijk is. Ze vertellen dan bijvoorbeeld niet dat de behandeling niet tot genezing zal leiden.

“Ik ben invalide en kon daarom moeilijk met mijn man mee naar het ziekenhuis. Ik hoorde van hem wat de longarts had gezegd. Mijn man zei altijd dat de dokter tevreden was en het goed zou komen. Toen mijn man langere tijd werd opgenomen zocht ik hem regelmatig op in het ziekenhuis. Ik sprak ook met de artsen. En toen hoorde ik dat ze alleen zijn leven konden verlengen, maar dat hij niet beter zou worden. Dat was een enorme schok. Mijn man wilde mij sparen, omdat ik het al zo moeilijk met mijn handicap heb.”
  Echtgenote van patiënt, 54 jaar

Toch is het beter om wel eerlijk te vertellen wat er aan de hand is, hoe hard de waarheid soms ook is.

“Mijn vader was anderhalf jaar ziek voordat hij overleed. Ik wist dat hij longkanker had en daarvoor werd behandeld. Mijn ouders waren altijd positief en zeiden dat alles goed zou komen. Ik had geen reden om er aan te twijfelen. Op een gegeven ging mijn vader heel erg achteruit. Ik schrok ervan, maar mijn ouders zeiden dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Na een tijdje begreep ik dat mijn vader stervende was en vier dagen later overleed hij. Eigenlijk ging hij voor mijn gevoel plotseling dood. Het bleek dat al lang duidelijk was dat hij niet meer beter zou worden. Als ik had geweten dat hij zo ernstig ziek was, had ik me meer met hem beziggehouden en meer met hem gepraat. Toen ik er achter kwam kon dat niet meer. Die ziekte is langs me heen gegaan. Ik besefte het niet. Mijn vader is nu twee jaar dood, maar ik zit er nog iedere dag mee. Ik vind het ook moeilijk dat hij me niet eerlijk heeft gezegd wat er aan de hand was.”
  Zoon van patiënt, 19 jaar

Longkanker wordt al snel met doodgaan geassocieerd, terwijl dat niet het geval hoeft te zijn. Gelukkig komt genezing ook voor. Het kan moeilijk zijn om uw omgeving daarvan te overtuigen. Het kan zijn dat zij u al hebben opgegeven of denken dat u onterechte hoop koestert.

“In mijn geval is er is altijd een kans op genezing geweest. En gelukkig ben ik nu al zeven jaar ziektevrij, dus ik kan mezelf als genezen beschouwen. Ik heb zelf de moed er altijd ingehouden. Wat ik heel moeilijk vond was dat er mensen in mijn omgeving waren die me niet geloofden en zo’n houding hadden van ‘ach gut, ze wil het niet weten’. Ik voelde me gewoon niet serieus genomen en had hun steun hard nodig. Ergens begrijp ik het ook wel, als mensen het woord ‘longkanker’ horen denken ze onmiddellijk dat je doodgaat, maar dat is maar een deel van de waarheid.”

De neiging zal groot zijn om vooral uw jonge kinderen te willen sparen, maar toch is het in de meeste gevallen beter om ook hen eerlijk te vertellen wat er aan de hand is. Ze begrijpen vaak meer dan u denkt en ze voelen meestal heel goed dat er iets niet klopt.

“Mijn ouders deden heel geheimzinnig over de ziekte van mijn vader. Hij had longkanker. Hij werd geopereerd. En een jaar later kreeg hij chemotherapie. Voor de zekerheid, zeiden mijn ouders, niets om me druk over te maken. Maar ik hoorde mijn moeder vaak huilen in de slaapkamer. En als mijn tantes op bezoek kwamen werd het stil als ik de kamer binnenkwam. Ik was nog jong, 7 jaar, maar ik wist gewoon dat er wat aan de hand was..”
  Dochter van patiënt, 14 jaar

Als u kinderen niet vertelt wat er aan de hand is, kan het zijn dat ze hierover gaan fantaseren en zich van alles in hun hoofd halen, waarover ze ook niet durven te praten. Ze kunnen zich ook buitengesloten voelen. Als u wel vertelt wat er aan hand is zal dat niet makkelijk zijn voor uw kinderen. Maar u kunt elkaar dan wel steunen en uw verdriet samen delen. Dat kan de situatie zowel voor u als uw dierbaren draaglijker maken.

“Mijn vader is aan longkanker overleden. Hij heeft mij, mijn jongere zus en natuurlijk mijn moeder altijd alles over zijn ziekte verteld. Dat was heel moeilijk. We hebben heel veel verdriet gehad. We hebben veel samen gehuild en elkaar moeten troosten. Maar dat verdriet heeft ons dichterbij elkaar gebracht. We missen mijn vader vreselijk, maar we zijn blij dat we samen nog zo’n goede tijd hebben gehad.”
  Dochter van patiënt, 16 jaar.

Tip
• Vertel de mensen die u dierbaar zijn eerlijk over uw ziekte, zeker als u niet meer te genezen bent.
• Dit geldt ook voor uw (kleine) kinderen.
• Uw dierbaren sparen heeft vaak een tegenovergesteld effect

Iedereen verwerkt het op eigen manier
Iedereen reageert anders op slecht nieuws en verwerkt het op zijn eigen manier. Zo heeft de één behoefte om over zijn gevoelens te praten en wil de ander dat juist niet.

“Mijn vrouw wil steeds maar over alles praten en vooral ook over als de behandeling niet aanslaat. Ik vind dat vreselijk. Ik wil daar niet aan denken. Bovendien lost praten niets op, ik ga me er alleen maar slechter door voelen.”
  Dhr L., 71 jaar

Als u verschillend reageert kan het soms erg moeilijk zijn om de ander te begrijpen. U kunt zich in de steek gelaten en eenzaam voelen en dat kan spanningen opleveren. Relaties verlopen meestal veel gemakkelijker als alles goed gaat. Als er erge dingen gebeuren, zoals een ernstige ziekte, worden de verschillen tussen mensen plotseling duidelijk.

“Mijn vrouw wil alleen de leuke dingen in het leven zien. Vanaf het moment dat ik ziek werd, wil ik allerlei zakelijke dingen met haar doornemen en praten over de toekomst van de kinderen. Zij wordt daar ontzettend boos over en loopt dan weg. Ze vindt mij slap en denkt ik niet wil vechten. Maar dat wil ik wel, ik wil alleen dat wij op alles voorbereid zijn. Het valt me van haar tegen dat ze haar verantwoordelijkheid uit de weg gaat. Dat had ik niet van haar verwacht.”
  Dhr te V., 60 jaar

U moet samen een manier vinden om met die verschillen om te gaan. Neem de moeite en tijd om naar elkaar te luisteren en probeer te begrijpen waarom uw partner zo reageert als hij of zij reageert. Het kan helpen om uit te leggen hoe u zich door de reactie van de ander voelt. Hoe moeilijk het ook is, probeer elkaar te respecteren en elkaar de ruimte te geven om wat er gebeurt op eigen wijze te verwerken.
Ook kinderen kunnen heel verschillend reageren op de ziekte van hun ouders. Dat kan komen omdat ze een ander karakter hebben.

“Wij hebben de kinderen direct verteld wat er aan de hand was. Ze reageerden daar heel verschillend op. Onze oudste zoon van 16 jaar sprak er niet over. We hebben gezegd dat hij altijd bij ons terecht kon als hij wilde praten, maar dat wilde hij niet. Hij heeft er wel veel met zijn beste vriend over gepraat, die kwam ook vaak bij ons thuis. Onze dochter van 15 jaar werd heel behulpzaam. Hoewel wij erop aandrongen dat ze de dingen zou blijven doen die ze altijd deed, bleef ze liever thuis bij ons. En onze jongste zoon van 6 jaar nam het voor kennisgeving aan. Hij deed alsof het heel gewoon was.”
  Echtgenote van patiënt, 48 jaar

Kinderen reageren ook afhankelijk van hun levensfase. Wat er in hun leven gebeurt wordt soms op een volledig andere manier beleefd.

“We hebben onze dochters verteld over de ziekte van mijn man. Het lijkt wel alsof het de oudste van 17 jaar weinig kan schelen. Ze is heel onverschillig. Ze gaat tot diep in de nacht uit en wil niets met het gezinsleven te maken hebben. Terwijl wij dat nu juist heel belangrijk vinden. Ik word daar heel boos om. Wij hebben altijd alles opzij gezet voor haar en nu doet ze zo.”
  Echtgenote van patiënt, 54 jaar

Als uw kind onverschillig reageert of zich afzondert, probeer het dan niet persoonlijk op te vatten en bedenk dat zo’n reactie normaal kan zijn op die leeftijd. Het betekent niet dat het uw kind niet kan schelen. Tieners kunnen nu eenmaal veel moeite hebben om zich te uiten en zijn vaak erg met zichzelf bezig.

Omgeving
Het komt regelmatig voor dat mensen in uw omgeving niet goed weten hoe ze moeten reageren op uw ziekte. Dit kan tot gevolg hebben dat ze niets van zich laten horen en u uit de weg gaan. Dat kan heel pijnlijk zijn en lijken alsof ze niet geïnteresseerd zijn. Vaak is dat niet het geval, maar voelen ze zich ongemakkelijk en weten ze zich geen houding te geven. Het kan helpen om zelf contact te zoeken en erover te praten.

“Met een buurvrouw had ik altijd een heel goed contact. We spraken elkaar bijna dagelijks. Toen ik ziek werd verwaterde dat, omdat ik een tijd in het ziekenhuis lag en daarna druk met de behandeling was. Ze heeft me in het begin een kaartje gestuurd, maar daarna niets meer van zich laten horen. Via mijn kinderen wist ze dat ik longkanker had. Vanaf het moment dat ik thuis kwam ontweek ze me. Ze deed alsof ze me niet zag. Ik vond dat vreselijk en was erg teleurgesteld. Eerst was ik boos en wilde niets meer met haar te maken hebben. Op een dag dacht, ‘dit is toch te gek’ en ik heb gewoon bij haar aangebeld. Ze begon vreselijk te huilen. Het bleek dat ze het heel erg vond en niet wist wat ze moest zeggen. We hebben het uitgepraat en nu is het gelukkig weer goed.”
  Mevrouw van der B., 43 jaar

Het komt ook voor dat mensen uit uw omgeving juist veel contact zoeken. Er zijn patiënten die dat heel prettig vinden.

“Toen ik uit het ziekenhuis kwam stond het huis vol bloemen en de telefoon ging aan een stuk door. Het gaf mij zo’n warm gevoel dat iedereen aan me dacht. Het klinkt misschien raar, maar dat was echt de mooie kant van mijn ziekte.”
  Meneer V., 61 jaar

De aandacht kan ook teveel zijn en er toe leiden dat u en uw familie geen rust krijgen. Of tot gevolg hebben dat u tegen uw zin steeds maar weer moet vertellen hoe het gaat.

“Ik kon nergens komen of mensen vroegen hoe het met mijn vrouw ging en dan vertelde ik het hele verhaal. Ik was zodoende altijd met haar ziekte bezig. Ik merkte dat ik mensen uit de weg begon te gaan.”
  Echtgenoot van patiënt, 54 jaar

Het verschilt per patiënt of hij wel of niet over zijn ziekte wil praten. Voor uw omgeving is het moeilijk om in te schatten wat u wilt. Ga bij uzelf (en uw partner) na waar u zich het prettigste bij voelt en vertel dan hoe u het graag wilt. Dat kan misschien soms onaardig of overdreven lijken, maar het is wel het meest duidelijke voor u en uw omgeving.

“Ik kom uit een gezin met negen kinderen. We zijn heel erg bij elkaar betrokken. Toen ik longkanker kreeg, belde niet alleen mijn ouders, broers en zussen vrijwel dagelijks op, maar ook hun partners. Zeker wanneer ik voor onderzoek was geweest of chemo had gekregen. Ik zat de hele dag aan de telefoon dezelfde verhalen te vertellen. Ik hield het gewoon niet vol. Ik heb toen tegen mijn broers en zussen gezegd, dat ik mijn oudste zus bel om te vertellen hoe het in het ziekenhuis is gegaan en dat anderen het van haar horen. En dat ik hen zelf wel bel om bij te praten.”
  Mevrouw J., 56 jaar

 

“ Toen ik ziek werd kwam het hele dorp langs om te vragen hoe het ging. Heel aardig, maar we kregen geen rust. Mijn vrouw was alleen maar aan het koffie zetten en cake snijden. We hebben toen een brief op de deur geplakt en daarop gezet dat we de belangstelling waarderen, maar we liever hebben dat mensen bellen om een afspraak te maken. Zo hebben we het bezoek een beetje onder controle gekregen.”
  Meneer K., 51 jaar

Tip
• Maak aan uw omgeving duidelijk aan wat soort belangstelling u behoefte heeft.
• Geef aan als het bezoek of de telefoontjes u teveel worden. Leg uit waarom en zeg op een aardige manier hoe u het wel graag zou willen hebben.

Op het werk
Veel patiënten vragen zich af wat ze moeten zeggen op het werk over hun ziekte en in hoeverre erop ze kan worden gerekend. Het is het beste om zo eerlijk mogelijk te zijn. Ook als het allemaal nog niet duidelijk is. Geef in dat geval aan dat het een kwestie van afwachten is. Dat uzelf ook nog niet weet hoe het zal gaan, hoe u zich zult gaan voelen en wanneer u in staat bent om te werken. Wel kunt u beloven regelmatig contact op te nemen om de stand van zaken te bespreken. Dan weet iedereen waar hij aan toe is en worden er zo min mogelijk valse verwachtingen gewekt. Doe in ieder geval geen beloftes waarvan u niet weet of u ze kunt waarmaken en waarop u later zal moeten terugkomen. Dat levert ook voor u het minste spanningen op.

“Als mijn chef belde om te vragen hoe het ging, zei ik dat het allemaal erg meeviel en ik er met een week of twee wel weer zou zijn. Mijn chef belde dan een week later op om te vragen wanneer ik precies kwam. Dan zei ik weer: met een dag of veertien. En zo ging het door. Diep in mijn hart wist ik wel dat het mij waarschijnlijk niet zou lukken. Eerst wilde ik niet klagen en moeilijk doen. Zo ben ik gewoon niet. En later wilde ik niet toegeven dat ik er eigenlijk veel slechter aan toe was dan ik had gezegd. Op een gegeven moment schrok ik iedere keer als de telefoon ging, omdat ik dacht dat het de chef was.”
  Meneer K., 45 jaar

Lotgenoten
In het ziekenhuis kunt u mensen tegenkomen die dezelfde ziekte hebben als u. In bepaalde perioden is het heel prettig om met lotgenoten contact te hebben. U begrijpt elkaar en hoeft weinig uit te leggen omdat u hetzelfde doormaakt.  De Stichting Longkanker
stelt zich ten doel lotgenotencontact tussen patiënten met longkanker te bevorderen.
In andere perioden kunnen dit soort contacten ook confronterend zijn. Bijvoorbeeld als bij een medepatiënt de kanker terugkomt of sterft.

“In de wachtkamer van het ziekenhuis kwamen we in contact met andere patiënten met longkanker en hun familie. Dat vonden we erg prettig. Zij maakten hetzelfde door als wij en we hoefden dus niet veel uit te leggen. We begonnen elkaar ook thuis op te bellen. Maar op een gegeven moment kregen twee van hen uitzaaiingen in de hersenen en een overleed kort daarop. Met mijn man ging het allemaal goed. Wij probeerden de draad van ons gewone leven weer op te pakken. Maar dat werd moeilijk omdat de vrouwen van die patiënten waarmee het slecht ging steeds opbelden met vreselijke verhalen. Zij gaven ook allerlei tips als het ons zou overkomen. Mijn man kon daar helemaal niet tegen en werd er somber van. Hij dacht steeds: ‘Straks ben ik aan de beurt.’”
  Mevrouw I., 54 jaar

                      © longkanker informatiecentrum 2007  
naar bovennaar bovenkant pagina