Leven met longkanker
Veel gestelde vragen:
Wat kan ik nog wel en niet doen (inspanning)?
In principe kunt u alles doen wat u wilt en aankunt. U zult echter
merken dat uw energie en zin in dingen veranderen. Soms zult u
het gevoel hebben niets aan te kunnen. Op andere momenten zal
het lijken alsof u niet ziek bent. En meestal zit het daar ergens
tussenin. Het is belangrijk niet over uw grenzen heen te gaan
en zuinig met uw energie om te springen. Doe een stapje terug
als het niet gaat (zie ook ‘omgaan met beperkte energie’).
In bepaalde perioden van de ziekte en de behandeling is het verstandig
om niet te ver uit de buurt te zijn van een arts die op de hoogte
is van uw situatie of van het ziekenhuis waar u onder behandeling
bent en is het beter geen (verre) reizen te plannen. Als u onzeker
bent over of het verstandig is om iets bepaalds wel of niet te ondernemen,
overleg dat dan met uw (huis)arts.
Stoppen met roken?
Roken is voor niemand gezond en zoals bekend zeer schadelijk voor
de gezondheid. Dus ook als uw longkanker heeft is het niet goed
om te roken. Het kan klachten die u al heeft, zoals kortademigheid,
doen toenemen. Als u echter niet gemotiveerd bent om te stoppen
heeft het weinig zin om dit te proberen. Het lukt dan waarschijnlijk
toch niet.
Aangezien roken verslavend is, is het voor veel mensen moeilijk
te stoppen en zelfs te minderen. Als dat bij u het geval is, moet
u zich afvragen wat een goed moment is om te stoppen. Het verwerken
van de ziekte en het ondergaan van de eventuele behandeling is dikwijls
al zeer ingrijpend en kan in combinatie met het stoppen van roken
te zwaar worden. Als stoppen met roken moeilijk gaat, overleg dan
met uw (huis)arts hoe en wanneer u het beste kunt stoppen en/of
minderen.
Meer informatie: zie onderdeel stoppen met roken
Is longkanker besmettelijk?
Kanker, en dus ook longkanker, is niet besmettelijk. U hoeft er
dus niet bang voor te zijn dat u andere mensen, op wat voor wijze
dan ook, de ziekte kan overdragen.
Hoe zit het met seks?
Aangezien (long)kanker niet besmettelijk is, is het onmogelijk door
middel van seksueel contact uw partner te besmetten. Ook hoeft
u niet bang te zijn dat de met seks gepaarde inspanning teveel
of niet goed voor u is. Als u en uw partner het fijn vinden, is
het goed om seks te hebben.
Veel patiënten (en ook hun partners) merken wel dat de zin
in seks door de ziekte afneemt. Dit komt door de fysieke beperkingen,
maar zeker ook door de spanningen die de ziekte met zich meebrengt.
Zin in seks hangt nauw samen met een algeheel gevoel van prettig
voelen en ook met de relatie die u heeft met uw partner. Die relatie
kan door de ziekte onder druk komen te staan. Bijvoorbeeld omdat
u de reactie van uw partner op de nieuwe situatie niet goed begrijpt
of moeilijk uw gevoelens samen kunt delen. Het kan overigens ook
dat uw relatie juist hechter wordt en u elkaar meer gaat waarderen.
Hoewel de zin in seks gedurende ernstige ziekten vaak afneemt, zeggen
veel patiënten en hun partners dat de behoefte aan intimiteit – zoals
knuffelen en tegen elkaar aan liggen – juist toeneemt.
Het kan zijn dat u door uw ziekte, of door de behandeling met radiotherapie
minder uithoudingsvermogen heeft. Om het minder vermoeiend te maken
kunt u bijvoorbeeld een andere, meer passieve, houding aannemen
tijdens het vrijen. Ook medicijnen kunnen een invloed hebben op
de seksualiteit. Dit is per medicijn verschillend. Sommige chemotherapieen
veroorzaken
vaginitis, erectiestoornissen en afgenomen zin in vrijen.
Als uw seksleven spanningen voor u en uw partner oplevert, kunt
u advies vragen aan een seksuoloog. In het ziekenhuis waar u
onder behandeling bent kunt u hiernaar informeren.
Als u een kinderwens heeft is het goed dat u zich in deze nieuwe
situatie afvraagt of dit een geschikt moment is om kinderen
te willen krijgen. Mocht u een kinderwens hebben dan doet u
er verstandig
aan om dit met uw (huis)arts te overleggen. Als de vrouw de
patiënt
is moet u zeker met uw arts bespreken of u hiertoe fysiek in staat
bent. |