Printvriendelijke versie

Mail het een vriend(in)
 

Leven met longkanker

Werk en huishoudelijk werk

Het is moeilijk te zeggen of u tijdens uw ziekte in staat bent om te werken en wanneer u wel en niet kan werken. Dat laat zich lastig voorspellen en verschilt per persoon. De ene patiënt heeft meer klachten en is vermoeider dan de andere patiënt. De één heeft meer moeite met het verwerken van de ziekte en maakt zich meer zorgen dan de ander. En hetzelfde geldt voor de behandeling: niet iedere patiënt heeft evenveel last van de bijwerkingen.
Er zullen tijden zijn waarop u zich slecht voelt en werken niet zal gaan, maar er zullen ook perioden zijn dat u zich wel goed voelt en werken wel kan. In het algemeen ervaren de meeste patiënten de dagen na de behandeling als het zwaarste en voelen ze zich in de loop van de behandeling achteruitgaan. Als de gehele behandeling achter de rug is, duurt het vaak een tijdje voor u zich weer op krachten voelt.

“Ik kon er de klok op gelijk zetten. Twee dagen na de chemokuur werd ik ziek en dat duurde dan een kleine week voor ik me wat beter voelde. De eerste twee kuren vielen nog wel mee en kon ik in de weken dat ik me goed voelde werken. Maar daarna werd het echt zwaar en de duurden perioden dat ik me ziek voelde van de kuur langer. Als ik een beetje hersteld was, kreeg ik alweer de volgende kuur. Eigenlijk voelde ik me na alle kuren slechter dan voordat ik met behandeling begon. Maar na een paar weken was ik weer de oude.”
  Dhr K., 53 jaar

Of u kunt werken hangt ook af van het soort werk dat u doet. Als u snel last van benauwdheid hebt en snel moe bent zal zwaar lichamelijk werk moeilijk zijn. En het hangt ook af van de mogelijkheden om de werkomstandigheden aan te passen aan uw conditie. Is er bijvoorbeeld de mogelijkheid om (tijdelijk) minder te werken of kortere dagen te maken? En natuurlijk hangt het ook af van hoe u uw werk gedurende uw ziekte ervaart. Voor de een is het een welkome afwisseling en voor de ander is het daarentegen een belasting.
[zie ook ‘Wat vertel ik mijn omgeving’ onder het kopje ‘Werk’]

Huishoudelijk werk

Als het huishouden uw werk is, is het vaak nog lastiger te regelen dan werk buitenshuis. U kunt zich immers veel moeilijker ziek melden. En hoe welwillend uw familie ook is om taken over te nemen, zij zijn gewend dat u het doet, ze zijn onhandiger dan u en ze zien misschien ook niet goed wat er moet gebeuren. Terwijl u dat wel ziet en ook ziet dat het werk blijft liggen.
Het is belangrijk, hoe moeilijk dat ook is, dat u probeert niet over uw grenzen heen te gaan. Probeer met uw familie te bespreken wat er echt moet gebeuren in het huishouden en wat zij aankunnen. Neem de moeite om bij herhaling uitleg te geven. En kijk of er andere mogelijkheden zijn om dingen te regelen. Bijvoorbeeld door vrienden of andere familieleden in te schakelen, professionele zorg te regelen of wat vaker kant-en-klaar-maaltijden te eten.

“Mijn schoonzus zei: ‘Laat mij toch voor jullie koken. Of ik nu voor vier of acht mensen kook, zoveel maakt dat niet uit.’ Eerst zei ik dat dat echt niet hoefde. Maar later dacht ik: ‘Waarom accepteren we het niet gewoon? We hebben al zoveel aan ons hoofd.’ Ik moest even over een drempel heen, maar ik moet toegeven dat het een uitkomst is. Een paar dagen in de week hoef ik niet aan het eten en de boodschappen te denken.”
  Mevrouw J., 53 jaar

“Toen mijn man werd behandeld moesten we heel vaak naar het ziekenhuis. Vaak zaten we daar een groot deel van de dag. Ik was niet op tijd thuis om de kinderen van school te halen en wist niet hoe ik dat moest oplossen. Uiteindelijk heb ik aan de moeder van een vriendinnetje van mijn dochter gevraagd of zij het misschien een keer wilde doen. ‘Natuurlijk,‘ zei ze, ‘dat ik dat niet zelf heb bedacht.’ Ze vond het zelfs fijn om te doen! Nu springt ze altijd in als we naar het ziekenhuis moeten.”
  Echtgenote van patiënt, 44 jaar

Tips:

  • Accepteer hulp als die wordt aangeboden.
  • Vraag (op tijd) hulp als u die nodig heeft.
  • Bedenk dat familie en vrienden het vaak prettig vinden als u een concreet beroep op ze doet.
  • Accepteer dat andere mensen uw huishouden anders doen dan u.

En heel belangrijk: accepteer dat uw omgeving het anders doet dan u. In uw ogen is wat zij doen waarschijnlijk minder goed, maar misschien is het wel genoeg.

“Ik ben echt een pietlut. Ik kan niet stil zitten en ben de hele dag aan het poetsen. Toen ik ziek werd ging dat niet meer. Dat was vreselijk moeilijk. Mijn man en dochter namen het huishouden over, maar die deden alles maar half. Het huis was een bende. Ik kon het niet aanzien en probeerde zoveel mogelijk te doen, maar ik had er de energie niet voor. Ik werd er kribbig van. Mijn man en dochter zeiden: ‘Ga toch zitten. Houd ermee op, het is gaat toch goed zo?’ Het vreemde is dat zij helemaal niet met die rotzooi zaten. Ik zat ermee. Ik vind het nog steeds moeilijk, maar heb het losgelaten. Het is niet anders.”
  Mevrouw de G., 51 jaar

                      © longkanker informatiecentrum 2010 
naar bovennaar bovenkant pagina