Als uw longkanker niet meer kan worden behandeld
Hoe lang heb ik nog?
Als de longkanker niet meer kan worden behandeld heeft dit gevolgen
voor uw prognose ofwel de periode die u nog te leven heeft. Hoe
lang u nog heeft, is vaak moeilijk te zeggen. Dat hangt af van
uw conditie, waar en hoe uitgebreid de kanker in uw lichaam is
uitgezaaid, hoe snel de kanker groeit en het verschilt ook per
persoon. In het algemeen kunt u ervan uitgaan dat u niet meer
in termen van jaren moet denken, maar meer in maanden of soms
zelfs weken. Voor artsen is het moeilijk te voorspellen hoe lang
u nog heeft. Zij zijn meestal ook heel voorzichtig met het noemen
van termijnen, omdat het heel goed kan dat die voorspelling niet
uitkomt en u bijvoorbeeld veel langer leeft.
“De longarts zei dat hij niets kon zeggen over de periode
die ik nog had. Ik heb heel erg aangedrongen dat hij toch iets zou
zeggen. Uiteindelijk zei hij: ‘Ik denk een maand of twee.’ Dat
is nu alweer een half jaar geleden. Ik leef dus al vier maanden
in extra tijd, zou je kunnen zeggen.”
Meneer de G., 68 jaar
Een andere reden waarom artsen voorzichtig zijn met uitspraken
over de prognose is, dat u zich er teveel op kan gaan richten en
uw leven er volledig door laat bepalen. Als er een datum wordt genoemd
is de kans groot dat u er vanuit gaat dat u dan ook inderdaad zal
overlijden, terwijl dit niet het geval hoeft te zijn.
“De longarts zei dat mijn man nog zo’n drie maanden
zou hebben. We hebben uitgerekend dat hij zo rond 12 december zou
overlijden. Mijn man heeft van iedereen afscheid genomen en we hebben
de begrafenis geregeld. Met Sinterklaas zei ik tegen hem: ‘Wel
raar dat je er volgende week niet meer bent.’
Het is nu februari en mijn man leeft nog steeds. Eigenlijk gaat
het heel goed. Het was wel raar dat alle mensen van wie hij afscheid
had genomen, weer gewoon op bezoek komen. We zijn zo met het afscheid
bezig geweest, terwijl dat eigenlijk nog niet hoefde.”
Echtgenote van patiënt, 59 jaar
Of het goed is om ongeveer te weten hoe lang u nog heeft verschilt.
De ene patiënt vindt het prettiger om het wel te weten. Hij
kan zich erop instellen, zijn naasten voorbereiden en aan het idee
wennen. De andere patiënt wil daarentegen liever niets weten,
omdat hij dan het gevoel heeft met een doodsvonnis te leven. Zelfs
(goed bedoelde) waarschuwingen kunnen hard zijn om te horen.
“Ik wilde altijd nog graag eens naar Lourdes en heb dat aan
de arts verteld. Hij zei: ‘Dan zou ik u aanraden dat nu te
doen en dat niet langer uit te stellen.’ Ik vond dat zo gevoelloos
en hard ‘dan moet u dat nu doen’, alsof ik morgen dood
zou gaan.”
Mevrouw Y., 55 jaar
Hetzelfde geldt voor de naasten van de patiënt. Sommigen willen
niets weten. Anderen vinden het juist belangrijk wel een indicatie
van een termijn te hebben, omdat ze er rekening mee kunnen houden
en hun leven op kunnen aanpassen.
Omdat het moeilijk is te voorspellen hoe het precies zal gaan lopen,
is het beter om (lange) reizen te beperken. Mocht u reisplannen
hebben, dan is het goed om de situatie en verwachtingen met uw arts
te bespreken. Zo kunnen misverstanden en leed zoveel mogelijk worden
voorkomen.
“Mijn dochter is met de kerst vier weken naar Senegal gegaan,
naar haar schoonouders. We hebben aan de arts gevraagd of dat kon.
Hij zei dat dit geen probleem was. Mijn man is tijdens haar reis
erg achteruit gegaan. Er waren dagen dat we erover dachten om haar
naar huis te laten komen.
Mijn man is twee weken nadat ze terug was overleden. Mijn dochter
vond dat vreselijk. Ze zei als ze dat had geweten, ze nooit was
weggegaan. Die reis had ook een andere keer gekund. Nu heeft ze
de laatste kerst met haar vader gemist. De longarts zei tegen haar: ‘Je
was gelukkig weer op tijd thuis, hè?’
Hij dacht dat we met onze vraag of onze dochter die reis kon maken
bedoelden of mijn man in die tijd zou overlijden. Hij had niet begrepen
dat het voor haar en ons belangrijk was om in die laatste periode
zoveel mogelijk bij elkaar te zijn.”
Echtgenote van patiënt, 56 jaar
Als u het kan, is het goed om te proberen zoveel mogelijk van dag
tot dag te leven en niet teveel vooruit te plannen. Het kan zijn
dat uw tijd te gaan nog behoorlijk lang is, maar het kan ook dat
uw conditie plotseling achteruit gaat en het sneller gaat dan u
verwacht.
“Het klinkt gek, maar wij zien het zo: in deze periode is
iedere dag er weer één. En we zijn ook blij met iedere
goede dag die we samen hebben.”
Echtgenote van patiënt, 60 jaar |