Als uw longkanker niet meer kan worden behandeld
Wat gaat er gebeuren?
Als uw longarts u vertelt dat uw longkanker niet meer kan worden
behandeld, zal hij ook met u praten over de komende periode. Hij
zal uitleggen dat in de tijd die komt het belangrijkste is dat u
zich zo goed mogelijk voelt. Dat betekent dat als u pijn of andere
klachten zoals benauwdheid krijgt, deze zo goed mogelijk zullen
worden verholpen. Het betekent ook dat u zich in het algemeen zo
prettig mogelijk moet voelen. Dat u doet wat u graag wil doen en
de dingen die u belangrijk vindt voor laat gaan boven verplichtingen.
Wat dat precies voor dingen zijn verschilt per patiënt. Het
kunnen ook de gewone dagelijkse dingen zijn.
“U zult het misschien niet bijzonder vinden wat we doen.
Kopje koffie drinken, een ommetje maken, krantje lezen, bij de kinderen
langs gaan en wat kletsen. Maar voor ons is het heel bijzonder.”
Meneer de G., 54 jaar
Het hangt uiteraard ook van uw conditie af wat u aankan. De ene
patiënt is nauwelijks in staat om zijn bed uit te komen; de
ander voelt zich daarentegen goed en is tot veel dingen in staat.
“Mijn dochter is net verhuisd en vlakbij komen wonen. Ik
heb nu alle tijd om haar te helpen met het klussen in huis.”
Meneer V., 63 jaar
Het betekent ook dat u zoveel mogelijk bent op de plek waar u zich
het prettigste voelt. Voor veel patiënten is dat thuis.
“Toen de dokter vertelde dat ze niets meer aan mijn longkanker
konden doen en het er nu omging dat ik me zo prettig mogelijk zou
voelen, dacht ik direct dan wil ik thuis in mijn tuin zitten en
naar mijn vogels kijken. Geen gereis en gewacht meer in het ziekenhuis,
maar gewoon lekker thuis in de tuin met mijn vrouw en mijn vogels.”
Meneer H., 71 jaar
De ziekenhuisbezoeken en ziekenhuisopnames zullen zoveel mogelijk
worden beperkt. De longarts zal ook voorstellen om de medische zorg
niet meer in het ziekenhuis te laten plaatsvinden, maar over te
dragen aan de huisarts. Huisartsen zijn over het algemeen meer gespecialiseerd
in de zorg in deze fase, dan de artsen in het ziekenhuis.
Dit betekent niet dat u helemaal niet meer in het ziekenhuis komt.
Het kan zijn dat er bepaalde zaken toch beter in het ziekenhuis
kunnen plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld meer ingewikkelde vormen
van pijnbestrijding. Het kan ook zijn dat u (tijdelijk) zo ziek
bent dat u moet worden opgenomen.
Sommige patiënten hebben er moeite mee niet meer in het ziekenhuis
te komen, omdat ze vertrouwd zijn met de artsen en verpleegkundigen
die daar werken. Ze kennen de longarts in het ziekenhuis soms beter
dan hun huisarts. Als u onder controle in het ziekenhuis wilt blijven,
bespreek dat dan met uw arts. Meestal is dat geen probleem.
“De dokter zei dat ik niet meer naar het ziekenhuis hoefde
te komen, omdat de huisarts wat er moest gebeuren net zo goed kon
doen of misschien nog wel beter. Ik vond dat een vreselijk idee.
Ik was zo gewend aan alles in het ziekenhuis en kende iedereen daar.
De longarts zei toen dat ik eens in vier weken op controle kon komen
als ik dat wilde.”
Meneer F., 67 jaar
Maar uw huisarts zal de centrale persoon zijn in deze fase. Met
hem zult u het meest te maken hebben. Hij zal regelmatig contact
met u hebben over hoe alles gaat en langskomen als dat nodig is.
In het begin zal dat af en toe zijn, maar later vaker.
De huisarts zal zich niet alleen met de patiënt bezighouden,
maar ook kijken hoe met de partner en de rest van de familie gaat.
Het is dan ook belangrijk dat u hem eerlijk vertelt hoe het met
u allen gaat en waar u zich zorgen overmaakt. Vraag ook vooral wat
u wilt weten en uitleg over wat niet duidelijk is.
“De dokter zei: ‘U moet erop letten dat zijn lippen
niet blauw worden. Als dat gebeurt moet u onmiddellijk bellen.’ Maar
hoe moet ik dat doen? Mijn man slaapt beneden in de kamer en ik
boven. Ik kan toch niet de hele tijd naar zijn lippen kijken?”
Echtgenote van patiënt, 63 jaar
De huisarts is op de hoogte van de professionele
zorg die u kunt krijgen en kan helpen met het regelen daarvan. Zoals
bijvoorbeeld thuiszorg of hulpmiddelen als een speciaal bed of een
rolstoel.
“Ik waste mijn man iedere dag en hielp hem naar de wc gaan.
Het was vreselijk zwaar om te doen en ik kreeg last van mijn rug.
Toen ik dat aan de huisarts vertelde, zei hij dat er speciale bedden
waren die omhoog en omlaag konden, waardoor het wassen makkelijker
werd. Ook vertelde hij dat ik recht had op een aantal weken thuiszorg.
Ik wist helemaal niet dat dat bestond!”
Echtgenote van patiënt, 55 jaar
Een zorg voor veel patiënten, maar vooral ook van hun partners,
is hoe ze dood zullen gaan. Eerder gaven we aan dat het moeilijk
is om iets over een termijn te zeggen en hetzelfde geldt eigenlijk
ook over hoe het sterfbed er precies zal uitzien. Meestal gaan longkankerpatiënten
langzaam achteruit. Ze komen steeds minder uit bed en slapen een
steeds groter gedeelte van de dag. Vaak zijn ze de laatste uren
tot dagen nauwelijks meer aanspreekbaar en glijden ze zo rustig
weg.
“Mijn man is rustig gestorven. Hij zat eerst op zijn stoel
voor het raam. Later hebben we daar een speciaal bed neer gezet.
Op een gegeven moment sufte en sliep hij het grootste deel van de
tijd. Op het laatst was hij nauwelijks meer aanspreekbaar. Hij is
op een nacht als het ware uit het leven gegleden.”
Weduwe van patiënt, 59 jaar
Als u zich zorgen maakt over de wijze waarop u of uw naaste zal
sterven, vraag dan van tijd tot tijd aan uw huisarts hoe hij erover
denkt. Hij kan de situatie meestal goed inschatten en zal deze met
u bespreken.
Het komt ook voor dat longkankerpatiënten pijn hebben, benauwd
worden of andere klachten krijgen. Laat dat weten aan uw huisarts.
Hij kan medicijnen ter verlichting geven. Sommige medicijnen hebben
bijwerkingen. Zo kunnen patiënten soms suf worden of iets eerder
overlijden. Als het nodig is om deze medicatie te geven zal uw huisarts
de bijwerkingen met u bespreken. Meestal zijn die middelen met de
bijwerkingen prettiger voor de patiënt, dan de klachten die
hij heeft zonder de medicatie. |