Als uw longkanker niet meer kan worden behandeld
Praten over doodgaan In deze fase is de dood zeer nabij. Het verschilt of patiënten
en hun naasten over die naderende dood samen praten. Bij de meeste
patiënten wordt de dood in de loop van hun ziekte een minder
beladen gespreksonderwerp.
“In de loop van de ziekte van mijn man zijn we meer over
de dood gaan praten. Nu is het een gewoon onderwerp geworden. Het
klinkt misschien gek, maar we hebben het er gewoon over met de kinderen
hoe het zal zijn als hij er niet meer is. Hij heeft ook alles geregeld
voor zijn begrafenis.”
Echtgenote van patiënt, 60 jaar
Maar er zijn ook patiënten die niet over hun dood praten.
“Toen mijn man op sterven lag, verzette hij zich nog steeds
tegen zijn dood. De nachtzuster zei toen tegen me: ‘U moet
uw man wel vertellen dat hij doodgaat.’ Ik dacht: ‘Moet
ik dat nu nog doen? Hij heeft er nooit over willen praten en dan
moet ik hem dat zeker op zijn sterfbed nog eens gaan inpeperen.’
Weduwe van patiënt, 52 jaar
Dat hoeft overigens niet te betekenen dat ze niet weten dat ze
doodgaan.
“Mijn man wist wel dat hij doodging. Na zijn dood heb ik
bij alle zakelijke papieren een brief gevonden die hij heeft geschreven
aan mij en de kinderen. Daarin bedankt hij ons voor alles wat we
voor hem hebben gedaan en schrijft hij heel gelukkig met ons te
zijn geweest.”
Idem bovenstaande citaat.
Er zijn mensen die niet over hun naderende dood willen of kunnen
praten. Als naasten wel de behoefte hebben om erover te praten,
kan dat moeilijk zijn. Het is dan de vraag of u er als partner over
moet beginnen. Het onderwerp voorzichtig aansnijden en aangeven
dat u er graag over wilt praten kan goed werken. Soms is het zo
dat beide partners er wel over willen praten, maar dit niet doen
omdat ze elkaar willen sparen en geen verdriet willen doen. Als
uw partner echter volhoudt er niet over te willen praten, is het
vaak beter om het te laten. Dwingen is meestal geen succes. Het
kan helpen om iemand anders te vragen erover met de patiënt
te praten.
Het kan soms verwarrend zijn als de patiënt plannen maakt voor
de toekomst, waarvan u weet dat ze niet kunnen worden uitgevoerd.
Het lijkt dan alsof de patiënt niet weet hoe ernstig zijn situatie
is. Dit is lang niet altijd het geval. Plannen maken en over de
toekomst praten kunnen op zichzelf al heel prettig zijn.
“Ik lag in het ziekenhuis voor een bloedtransfusie. Met mijn
vrouw keek ik foto’s van onze vakanties in Italië en
we hadden het erover om volgend jaar weer te gaan. De dokter kwam
aan mijn bed en zei: ‘Ik moet met u praten. U weet toch wel
dat we niets meer voor u kunnen doen in de zin van genezen en uw
leven verlengen?’ Hij had ons horen praten. Ik zei tegen hem: ‘Dokter,
vier jaar geleden is me dat gezegd en ook dat ik waarschijnlijk
niet langer dan twee jaar zou leven. Toen de kanker terugkwam heeft
u het gezegd. En toen ik niet meer behandeld kon worden nog eens.
Nu zegt u het weer. Ik weet het. Laat mij nou lekker met mijn vrouw
plannen maken over Italië. Dat is toch zeker niet verboden?’”
Meneer J., 58 jaar
|