Voor familie en vrienden
Hoe u kunt helpen
Als iemand in uw omgeving of zijn partner longkanker heeft is het
soms moeilijk om te bepalen hoe u zich moet opstellen. Moet u zelf
over de ziekte beginnen of moet u juist afwachten totdat de ander
er iets over zegt? Het kan ertoe leiden dat u zich onhandig of ongemakkelijk
voelt. Zeker als niemand erover begint. Een goede oplossing is vaak
door het gewoon te vragen: ‘Wat wil je het liefste? Wil je
praten of liever niet? Wil je dat ik je ernaar vraag of heb je liever
dat ik je met rust laat?’
“Mijn vader sprak niet over zijn ziekte. Alleen met mijn
moeder had ik het erover. Ik vond dat een rare situatie. Uiteindelijk
heb ik hem gevraagd of hij er niet over wilde praten. Hij streek
me over mijn haar en zei: ‘Het is goed zo lieverd, laat maar.’ Ik
begreep die reactie wel. Mijn vader is geen prater. Toch was ik
blij dat ik erover was begonnen. Ik had hem de mogelijkheid gegeven
om te praten en als ik niets had gezegd was ik met een raar gevoel
blijven zitten.”
Dochter van patiënt, 26 jaar
“Jan en ik kennen elkaar al vanaf school en zijn goed bevriend.
Als er iets vervelends gebeurt, heeft Jan zoiets van ‘dat
gaat wel weer over’. Maar toen hij longkanker kreeg, was dat
toch iets anders. We hadden het er allebei niet over. Ik wist niet
of hij dat wel wilde. Op een gegeven moment heb ik toch maar gevraagd
of hij erover wilde praten. Nou, dat wilde hij graag, want hij had
het er erg moeilijk mee. Dat was heel prettig en sindsdien kunnen
we er makkelijker over beginnen.”
Vriend van patiënt, 56 jaar
U kunt ook vragen of u kan helpen met praktische dingen, zoals
de kinderen opvangen, de patiënt naar het ziekenhuis brengen,
boodschappen doen of schoonmaken. Soms is het voor anderen makkelijker
hulp te accepteren als u concrete voorstellen doet. Door bijvoorbeeld
te vragen: “Ik doe morgen boodschappen, wat kan ik voor je
meenemen?” Of: “Zal ik volgende week dinsdag voor jullie
koken en het eten komen brengen?“
“De man van mijn vriendin heeft longkanker. Ze hebben een
gezin en mijn vriendin werkt. Dus het is voor haar erg druk. Zij
is iemand die altijd alles onder controle heeft en geen hulp nodig
heeft. Ik heb gevraagd of ze het allemaal aankon en gezegd dat ik
best wat wilde doen. Nou, dat was helemaal niet nodig. Op een gegeven
moment was ik bij haar en ik zag hoe moe ze was. Ik heb toen gezegd: ‘Morgen
haal ik de kinderen op van school en dan eten ze bij mij.’ Ze
knikte onmiddellijk. Nu komen haar kinderen iedere week een keer
eten.”
Maar ook voor wat afleiding zorgen of een praatje maken, kan erg
helpen. Dit geldt zowel voor de patiënt als zijn of haar partner.
“Mijn dochter komt mij iedere week een middag aflossen en
kookt dan ook. In het begin wilde ik daar niets van weten. Maar
ze stond erop. Ze kwam en zei gewoon: ‘Ma, trek je jas aan
en ga iets leuks doen. Ik wil je voor zes uur niet meer zien.’ Nu
kijk ik er echt naar uit. Ik ga naar een vriendin of gewoon winkelen
in de stad. Het is zo lief van haar, ze zag precies wat ik nodig
had.”
Echtgenote van patiënt, 63 jaar
Het kan ook voorkomen dat patiënten liever met rust worden
gelaten. Ze voelen zich misschien te ziek voor bezoek of maken een
drukke tijd door gedurende de behandeling. Of ze hebben gewoon even
geen behoefte aan andere mensen. Probeer dat te begrijpen en trek
u dat niet te persoonlijk aan. Dat hoeft overigens ook niet te betekenen
dat u niets van zich laat horen. Het kan voor de patiënt juist
heel prettig zijn dat u laat weten dat u aan hem of haar denkt door
bijvoorbeeld een kaartje of bloemetje te sturen.
“Tijdens mijn ziekte heb ik mijn vrienden echt verwaarloosd.
Het was niet dat ik niet meer om ze gaf, maar ik had er gewoon de
energie niet voor. We hielden alle contacten af. Er waren mensen
die daar moeite mee hadden. Mijn zus begreep het echter volkomen.
Zij stuurde ons regelmatig een heel lief kaartje. Dat heb ik erg
op prijs gesteld.”
Dhr C., 64 jaar
|