Printvriendelijke versie

Mail het een vriend(in)
 

Voor familie en vrienden

Zorgen voor jezelf

Vooral als uw partner patiënt is en een groot deel van de zorg op u neer komt, is het heel belangrijk om goed voor uzelf te zorgen. U zult misschien de neiging hebben zichzelf weg te cijferen en te zeggen dat u nu niet belangrijk bent, maar dat is niet helemaal waar. Bedenk maar eens wat er gebeurt als u het niet volhoudt en uitvalt. Waarschijnlijk wordt de situatie dan een stuk moeilijker. En bedenk dat de ziekte van uw naaste lang kan duren en er misschien een tijd komt waarin de zorg nog zwaarder wordt. Het is belangrijk dat u ook dan (een deel van) de zorg kan blijven doen.
Als u te hard van stapel loopt zult u het een hele tijd volhouden. Waarschijnlijk langer dan u voor mogelijk houdt. Maar als u dan instort zal het veel meer tijd kosten om te herstellen.

“Het was mij al een tijd veel teveel geworden. Ik kon het niet meer aan. Maar ik ging maar door. Ik wilde me niet laten kennen. Toen de huisarts op een gegeven moment vroeg hoe het met mij ging, gooide ik het eruit. Hij zei dat hij zich dat goed kon voorstellen en dat het helemaal niet raar was. Ik ben een paar weken ziek geweest en kon helemaal niets meer doen. Het leek wel alsof mijn lichaam verlamd was geraakt. De kinderen moesten uit logeren en mijn man is zelfs een tijdje opgenomen geweest in het ziekenhuis. De huisarts heeft me geholpen met het regelen van huishoudelijke hulp om me te ontlasten. Verder springen mijn zus en buurvrouw nu regelmatig in. De huisarts heeft ook een afspraak gemaakt met maatschappelijk werk Eens in de week ga ik daar naartoe om te praten over hoe het gaat. Dat lucht mij enorm op. Had ik het maar niet zover laten komen, had ik maar eerder aan de bel getrokken.”
   Echtgenote van patiënt, 63 jaar


“Ik zorgde voor mijn man, natuurlijk deed ik dat. Maar na een paar maanden was ik zo moe. Ik kon gewoon niet meer. Toen we bij de longarts zaten en hij zei dat hij mijn man een paar dagen wilde opnemen ter observatie, zei ik zonder dat ik het wilde: ‘Oh, dokter, alsjeblieft houd hem hier. Dan heb ik eindelijk rust.’ Ik schrok van mezelf.
   Echtgenote van patiënt, 53 jaar

Hoe moeilijk het ook is, probeer het niet te ver te laten komen en op tijd een stapje terug te doen. Probeer maatregelen te treffen en vraag hulp zodat het u niet teveel wordt. Dat is echt heel belangrijk. Als u niet weet hoe u het moet aanpakken, praat dan met uw huisarts. Hij zal u helpen met het bedenken van oplossingen en weet welke professionele zorg er kan worden geregeld. Ook binnen het ziekenhuis heeft u meestal een contactpersoon in de vorm van een oncologieverpleegkundige of verpleegkundig specialist. Zij kunnen vaak ook oplossingen bedenken, of indien, nodig andere hulpverleners inschakelen. U kunt natuurlijk ook aan familie en vrienden hulp vragen. Misschien moet u daarvoor over een drempel heen stappen, omdat u het moeilijk vindt om te vragen en hen niet tot last wil zijn. Vaak willen mensen echter graag helpen en zijn ze blij dat u een beroep op ze doet. Bespreek in alle openheid wat er moet gebeuren en wat de mogelijkheden van anderen zijn om u te helpen. Alle kleine beetjes helpen. En bedenk dat ze ook ‘nee’ kunnen zeggen als ze het niet willen of geen tijd hebben.

Als u een deel van de zorg overdraagt die anderen ook kunnen doen, kunt u dingen die moeilijker door anderen gedaan kunnen worden beter doen. Zo zou u hulp kunnen vragen voor de dagelijkse verzorging (zoals wassen en aankleden) of als er ’s nachts gewaakt moet worden. Op die manier heeft u meer energie om uw partner te ondersteunen en uw kinderen bij te staan.
Besef dat het heel wat is wat u moet meemaken en probeer tijd in te ruimen voor ontspanning. Op die manier kunt u het beste blijven functioneren. Wat die ontspanning precies inhoudt verschilt per persoon. Zo vindt de één het prettig om te sporten en heeft de ander het nodig om te praten over de situatie en zijn hart te luchten. Het kan ook zijn dat het u helpt om u zelf te verwennen met iets moois of een bezoek aan een museum of een concert.

“Mijn man is nu anderhalf jaar ziek. Ik keek gisteren voor het eerst sinds lange tijd goed naar mezelf in de spiegel en ik dacht: ‘Kind, wat zie jij eruit!’ Wallen onder mijn ogen, bleek en mijn haar zat van geen kant. Ik ben al tijden niet meer naar de kapper geweest. Dat lukt me gewoon niet. Ik ben de hele dag met hem bezig. Ik heb toen de buurvrouw gebeld en gevraagd of zij een oogje in het zeil wilde houden. Dat was geen probleem. Ik ben naar de kapper gegaan en heb alles laten doen wat maar kon: verven, watergolven, knippen. Heerlijk. Dat had ik eerder moeten doen.”
   Echtgenote van patiënt, 49 jaar

                      © longkanker informatiecentrum 2010 
naar bovennaar bovenkant pagina