Nieuws
15-4-2007 Gentherapie voor longkankerapril 2007 - In Amerika is het gelukt om een longkanker te behandelen met een nieuwe vorm van gentherapie. Het ingebrachte gen was tijdens het onderzoek actief in de tumor maar ook in uitzaaiingen en verhinderde deze verder te groeien. De levensduur van drie behandelde patiënten werd daardoor tot nu toe verdubbeld.
In voorafgaande studies moest het gen altijd precies op de plek worden ingebracht waar het zijn werk moest gaan doen. Dit is de eerste keer dat het gen is ingespoten in het bloed en dat het op verschillende plekken in het lichaam is opgenomen door kankercellen. Dit hebben de onderzoekers bereikt door gebruik te maken van minuscule vetbolletjes.
Klinisch onderzoek
Het experiment is uitgevoerd in de eerste fase van een klinische studie door onderzoeker Charles Lu op de Universiteit van Texas. In deze fase wordt in principe gekeken naar eventuele bijwerkingen, maar voorzichtig kunnen al uitspraken over de werkzaamheid van de behandeling gedaan worden. Dertien mensen met vergevorderde longkanker zijn behandeld met de nieuwe techniek.
Bij drie mensen zagen de onderzoekers dat het ingebrachte gen ook daadwerkelijk zijn werk deed in de kankercellen. Dit resultaat toont aan dat de nieuwe techniek in mensen kan werken. De behandeling gaf behalve koorts verder geen bijwerkingen.
Bij de drie mensen met een succesvolle behandeling werd de levensduur verlengd van gemiddeld zeven maanden naar veertien maanden vergeleken met de mensen die de behandeling niet hadden gekregen. Na veertien maanden stopte de monitoring.
Nieuw vervoersmiddel
Om nieuw erfelijk materiaal aan een cel toe te voegen is een vervoersmiddel nodig. In deze studie hebben de onderzoekers gebruik gemaakt van kleine vetbolletjes, die een miljoenste millimeter groot waren. Die kunnen goed worden opgenomen door tumorcellen, waarbij het nieuwe erfelijk materiaal in de vetbolletjes zit.
Zelfmoord gen
Het gen dat werd ingebracht heet FUS1. FUS1 kan cellen aanzetten tot zelfmoord. Eigenlijk hebben alle lichaamscellen dit gen bij zich, maar kankercellen schakelen het gen juist uit, waardoor ze ongestoord kunnen blijven delen en een tumor vormen.
Bij deze manier van gentherapie wordt het gen niet ingebouwd in het DNA van de kankercel waardoor het nieuwe gen bij celdeling niet vermenigvuldigd wordt. Dit betekent dat de behandeling herhaald moet blijven worden totdat de tumor verdwenen is. Daarna zal het erfelijk materiaal niet in het lichaam blijven.
Voorlopig nog niet in de behandelpraktijk
De resultaten van deze studie zijn weliswaar hoopgevend, toch is enige voorzichtigheid op zijn plaats. In de eerste plaats is het aantal met deze methode behandelde patiënten te klein om definitieve conclusies te trekken. En in de tweede plaats betreft het een fase I studie. Het is dus nog wachten op vervolgstudies –fase II en fase III- voordat deze techniek kans maakt om breder toegepast te worden. Dat zal in ieder geval nog jaren duren voor het zover is.
Bron:Biomedisch.nl
|
|