Voor familie en vrienden

Gevoelens die de ziekte bij de nabije omgeving oproept

We hebben beschreven met welke gevoelens de patiënt te maken kan krijgen als hij ziek wordt. Maar ook u, als naaste van de patiënt, zult die gevoelens bij uzelf herkennen. Veel gehoorde gevoelens van familie en vrienden van ernstig zieke patiënten zijn:

Verdriet

“Ik was niet troosten toen ik hoorde dat mijn vader longkanker had. Hij was mijn steun en toeverlaat. Ik kan niet zonder hem.”
- Dochter van patiënt, 36 jaar

Machteloosheid

“Ik wilde mijn vriendin zo graag helpen en bijstaan, maar ik wist niet hoe.”
- Vriendin van patiënte, 48 jaar

Boosheid

“Ik was zo vreselijk boos, dat ik tegen het schuurtje achter ons huis heb staan schoppen. Waarom moest het nu juist mijn moeder overkomen? Zij denkt nooit aan zichzelf en staat altijd voor iedereen klaar.”
- Zoon van patiënte, 28 jaar

Wanhoop

“Ik was wanhopig toen de dokter vertelde dat mijn man longkanker had. Hoe moest het nu verder?”
Echtgenote van patiënt, 61 jaar

Angst

“Ik was zo bang om mijn man kwijt te raken. Mijn hart stond stil als ik er alleen al aan dacht.”
- Echtgenote van patiënte, 54 jaar

Somberheid

“Niets kon mij meer opvrolijken toen mijn vader longkanker kreeg. Ik had echt het gevoel dat mijn leven voorbij was.”
- Dochter van patiënt, 35 jaar

Schuldgevoelens

“Mijn man klaagde al lange tijd over benauwdheid en pijn op de borst, maar ik dacht dat hij zich aanstelde. Toen bleek dat hij longkanker had voelde ik me daar vreselijk schuldig over.”
- Echtgenote van patiënt, 57 jaar

 

“Ik voelde me zo schuldig. Was ik maar aardiger geweest tegen mijn moeder. Had ik maar meer tijd aan haar besteed.”
- Dochter van patiënte, 30 jaar

U kunt ook last hebben van negatieve gevoelens, waarvan u schrikt dat u ze heeft en waarvoor u zich misschien wel schaamt. Een voorbeeld is boosheid op de patiënt, omdat hij door zijn ziekte uw leven verstoord.

“We hebben drukke jaren achter de rug. Drie kleine kinderen, allebei een baan en ja de zorg voor het huishouden en de kinderen kwam op mij neer. Het begon net wat rustiger te worden. Ik verheugde me op meer tijd voor mezelf. En toen werd mijn man ziek. Mijn wereld stortte ineen. Ik was wanhopig en verdrietig, maar ik was vooral kwaad dat hij het flikte om ziek te worden en ik voor hem moest zorgen. Weer zou ik geen tijd voor mezelf hebben. Ik schaamde me kapot. Zoiets denk je toch niet?”
- Echtgenote van patiënt, 49 jaar

Een ander voorbeeld is ergernis over hoe de patiënt reageert.

“Mijn moeder deed ontzettend dramatisch over haar ziekte. Ze belde iedereen op om er over te praten. Wij moesten voortdurend thuiskomen ‘nu het nog kon’ en voor haar te zorgen. Dat wilde ze altijd al, maar nu had ze die ziekte om ons mee onder druk te zetten. Terwijl ze zich nog heel goed kon redden . Ik dacht: ‘Stel je toch niet aan. Wees toch een beetje flinker! Gun ons een eigen leven.’ Maar dat zei ik natuurlijk niet.”
- Dochter van patiënte, 37 jaar